Opmerkingen over de Europese concept-grondwet van 2005
Vage formuleringen van de sociale rechten
Het begint wel aardig. In de grondwet staat dat de Europese Unie een
sociale markteconomie moet zijn die een groot concurrentievermogen heeft
en die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang,
terwijl de kwaliteit van het milieu verbeterd moet worden. Wie kan daar
tegen zijn?
Wie echter doorleest en zich afvraagt hoe het woordje sociaal in sociale
markteconomie wordt ingevuld, komt bedrogen uit.
Er is in de artikelen van de grondwet een schrille tegenstelling tussen
enerzijds de manier waarop het aspect van vrije mededinging wordt uitgewerkt
en anderzijds het aspect van de sociale vooruitgang en de sociale grondrechten.
Talloos zijn de artikelen die de concurrentie op de markt reguleren.
Niet voor meerdere uitleg vatbaar en uitgebreid worden in deel III de
werking van de interne markt, de vrijheid van vestiging en de regels
betreffende de concurrentie tussen ondernemingen uitgewerkt.
De grondrechten van de burgers van de Unie daarentegen zijn vastgelegd
in een kortere tekst, het ‘Handvest van de grondrechten van de
Europese Unie’ De klassieke grondrechten, zoals vrijheid van vereniging
en vergadering en vrijheid van meningsuiting staan absoluut geformuleerd:
een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.
Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Punt uit. Duidelijk.
Vage formulering sociale rechten
Maar de sociale grondrechten dan, het recht op een dak boven je hoofd,
op een inkomen, op eten, hoe staat het daarmee?
Dan stuiten we in het handvest op artikel II-94: ‘De Unie erkent
en eerbiedigt onder de door het recht van de Unie en de nationale wetgevingen
en praktijken gestelde voorwaarden het recht op toegang tot sociale
zekerheidsvoorzieningen en sociale diensten die bescherming bieden in
omstandigheden zoals moederschap, ziekte, arbeidsongevallen, afhankelijkheid
of ouderdom, alsmede bij verlies van arbeid’.
Er staat niet meer zo ferm dat je ergens recht op hebt, zoals bij de
klassieke grondrechten. Het is met allerlei mitsen en maren omgeven.
Voer voor juristen. Als een land je rechten toekent, wordt dat door
de Europese grondwet wel geerbiedigd, mits niet in strijd met de vrije
en onvervalste concurrentie, mits in overeenstemming met de markteconomie
zoals die door de grondwet wordt geformuleerd. Maar voor het recht op
eten kun je niet zoals bij de klassieke grondrechten een beroep doen
op de Europese grondwet. In de Nederlandse grondwet staat, dat de staat
verplicht is, mensen die buiten hun schuld in behoeftige omstandigheden
verkeren, te ondersteunen. Die verplichting staat niet in de Europese
grondwet.
Sociale markteconomie
Maar hoe wordt dan de sociale markt -economie ingevuld? Dat wordt duidelijk
in artikel III-209. Men streeft naar een adequate sociale bescherming,
de sociale dialoog, een duurzaam hoog werkgelegenheidsniveau, en nog
veel meer mooie dingen.
Hoe moet dat worden bereikt? ‘De Unie en de lidstaten zijn van
oordeel dat de bovengeschetste ontwikkeling zowel uit de interne werking
van de markt– waardoor de harmonisatie van de sociale stelsels
zal worden bevorderd, als uit de in de Grondwet bepaalde procedures
en de onderlinge aanpassing van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen
van de lidstaten zal voortvloeien’.
Als wij het in eigen woorden zeggen: sociale bescherming heb je niet,
als de vrije markt van concurrentie maar wordt uitgevoerd, komt de rest
vanzelf. Dat is het neo-liberalisme ten voeten uit. In deze grondwet
wordt een specifieke maatschappijopvatting, een specifieke opvatting
over de sociale markteconomie, die door miljoenen Europese burgers niet
wordt gedeeld, voor tientallen jaren verheven tot de Enige Waarheid.
Sociale gevolgen grondwet
De geschiedenis heeft uitgewezen dat de concurrentie-economie niet
tot sociale bescherming leidt. Wie geen waarde voor de markt heeft,
telt niet mee. Mensen die door omstandigheden niet in hun levensonderhoud
kunnen voorzien moeten beschermd worden tegen de niets ontziende rat-race
van de concurrentieeconomie. En dat moet als een niet voor meerderlei
uitleg vatbaar, als een niet door mitsen en maren omgeven recht worden
vastgelegd. Anders is sociale ellende het gevolg. ‘Harmonisatie
van sociale stelsels’ door marktwerking betekent dan, dat straks
bij ons de lonen even hoog zijn als in Portugal.
voorstanders
Sommige voorstanders van de grondwet zeggen: ‘de grondwet is
een vooruitgang, want het bestuur wordt democratischer en slagvaardiger,
we hebben nog lang niet alles bereikt, maar sociale rechten kunnen we
wel op nationaal niveau regelen of middels lobby’s op Europees
niveau vaststellen als de grondwet is aangenomen’.
Dat is volgens ons een illusie. Voorstanders van vrije en ongebreidelde
concurrentie kunnen een beroep doen op grondwetartikelen waarin de vrije
en onvervalste mededinging eenduidig en helder wordt bepaald, mensen
die op de sociale gevolgen wijzen, zoals bij de richtlijn Bolkestein,
moeten het doen met vage en voor meerderlei uitleg vatbare artikelen.
Van bovenaf kan in de landen van de Unie sociale afbraak afgedwongen
worden met een beroep op vrije mededinging. Deze grondwet is een ramp
voor Europa.
Piet van der Lende