Pensioenfondsen en FNV werken mee aan bom onder Nederlandse volkshuisvesting
De FNV maakt deel uit van het bestuur van de pensioenfondsen. Deze
pensioenfondsen hebben geld belegd in vastgoedmaatschappijen die verenigd
zijn in de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland
(IVBN). Deze lobbyorganisatie probeert het Nederlandse en Europese volkshuisvestingsbeleid
te beïnvloeden. De IVBN pleit voor huurliberalisatie en concurrentie
op de woningmarkt
Abraham Vega
In 19 april 2007 heeft de IVBN een klacht ingediend bij de Eurocommissaris
voor mededinging, Neelie Smit-Kroes. De IVBN vindt dat de Nederlandse
overheid de woningcorporaties bevoordeelt en dat er daarmee sprake is
van oneerlijke concurrentie. Daarmee legt de IVBN in feite indirect
met goedkeuring van de pensioenfondsen en de FNV een bom onder de sociale
huisvesting in Nederland.
De klacht werd als volgt gepresenteerd: ’…De klacht richt
zich tegen het beleid van de Nederlandse overheid ten aanzien van de
taakafbakening van woningcorporaties. Kern van de klacht is dat corporaties
(met gebruikmaking van staatssteun) in toenemende mate opereren op commerciële
markten, zonder dat er sprake is van een gelijk speelveld. Voor gereguleerde
huurwoningen besloot het kabinet recent tot een huurbevriezing per 1
juli 2007 (alleen de inflatie van 1,1% over 2006 mag in de huur worden
verwerkt)’.
Daarmee zet de Nederlandse overheid marktpartijen als institutionele
woningbeleggers in een dubbele klem. IVBN verzoekt de Europese Commissie
dan ook om een formele aanbeveling tot de Nederlandse overheid te richten
in de zin van artikel 18 van de Procedureverordening,
Nieuw Europees akkoord.
De ontwikkeling is pikant omdat premier Balkenende beweert dat in het
nieuwe Europese verdrag - dat het oude ontwerp grondwetverdrag moet
vervangen - de volkshuisvesting in Nederland buiten schot blijft. De
woningbouwverenigingen zouden wat betreft de sociale huursector niet
aan het concurrentieprincipe onderworpen zijn. Alleen bij de bouw van
koopwoningen zou dit concurrentieprincipe, waarbij de woningbouwverenigingen
niet bevoordeeld mogen worden van toepassing zijn. Aangezien echter
deze woningbouwverenigingen hun bouw van sociale huurwoningen financieren
met de bouw van koopwoningen, zal het concurrentieprincipe er wel degelijk
toe leiden dat de bouw van sociale huurwoningen in gevaar komt.
De IVBN heeft aan ons verklaard, dat de resultaten van de Europese top
geen verandering in de klacht van de IVBN zullen aanbrengen.Het nieuwe
akkoord slaat de grond niet weg onder de klacht. Daarmee wordt het standpunt
van de regering, dat in het nieuwe Europese akkoord de volkshuisvesting
buiten schot blijft, ontkracht.
Geschiedenis
Er zijn zo'n 3 miljoen huurwoningen in Nederland; waarvan er 2,85 miljoen
door de Nederlandse overheid strikt worden gereguleerd, zowel in jaarlijkse
huurverhoging als in de maximale huurprijs. Die maximale huurprijs hangt
vooral af van de kwaliteit van die woning, uitgedrukt in punten. Huurtoeslag
(huursubsidie) wordt tot aan de huurgrens verstrekt en door 1.1milijoen
huishoudens ontvangen, het inkomen van de aanvrager (afhankelijk van
leeftijd en huishoudensamenstelling) moet onder de maximaal € 27.500
liggen.
In 1902 brengt de overheid de woningwet tot stand. Aanleiding is de
dreigende verspreiding van socialisme en communisme die in die tijd
al in Rusland zich gemanifesteerd heeft als gevolg van de erbarmelijke
werk- en woonomstandigheden van de arbeiders. Mensenrechten was destijds
nog een onbekende begrip.Deze wet heeft voor de bescherming van huurders
en het ontstaan van de woningcorporaties gezorgd. Tot in de eerste decennia
na de Tweede Wereldoorlog beheerste de woningnood het Nederlandse Volkshuisvestingsbeleid.
Eind jaren vijftig wordt de basis gelegd voor de verzelfstandiging van
de woningcorporaties met de instelling van de Commissie De Roos. Rond
1970 was de grootste woningnood voorbij en verschoof het beleidsaccent
naar verbetering van de kwaliteit van de huisvesting. De jaren tachtig
en begin negentig stonden voor een belangrijk deel in het teken van
het beheersen van de uitgaven aan de volkshuisvesting.
Bruteringsoperatie
In 1989 verschijnt de nota ‘Volkshuisvesting in de jaren negentig’.
Deze nota van staatssecretaris Heerma (CDA) leidt tot de ‘bruteringsoperatie’.
In 1993 worden onder het kabinet van Lubbers (CDA) de woningcorporaties
’verzelfstandigd’ en in 1995 onder het kabinet van Kok (PvdA)
en Lubbers (CDA) wordt de bruteringsoperatie geïntroduceerd. Met
de bruteringsoperatie worden de subsidies van het Rijk aan woningcorporaties
(f 36,8 miljard) weggestreept tegen leningen die de corporaties bij
het Rijk hebben gesloten (f 26,6 miljard). De doelstelling is tweeledig.
De rijksoverheid wil bezuinigen en het bouwen van woningen moet meer
aan de marktsector worden overgelaten.
Woningbouwverenigingen
Woningcorporaties zijn met gemeenschapsgelden opgebouwd. De Woningwet
van 1902 bood de mogelijkheid om rijksvoorschotten en jaarlijkse bijdragen
toe te kennen aan particuliere instellingen voor het bouwen van woningen
die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Voorwaarde was wel dat die
instellingen een non-profit karakter zouden hebben en dat ze zich uitsluitend
op de volkshuisvesting toeleggen. Voor de verzelfstandiging waren woningcorporaties
democratisch georganiseerd in de vorm van verenigingen.Het bezit van
woningbouwverenigingen was eigendom van de vereniging en zijn leden,
dat wil zeggen de huurders. Maar nu zijn het stichtingen geworden met
ingewikkelde en ondoorzichtige financiële constructies en zijn
de stichtingen eigenaar geworden. De machthebbers in de stichtingen
zijn de werkelijke eigenaren geworden, denk aan de top salarissen bijvoorbeeld.
Vragen als: wat er precies van de corporaties wordt verwacht, hoe zij
daarover verantwoording dienen af te leggen en aan wie, blijft onduidelijk.
Als gevolg daarvan is een situatie ontstaan met onvoldoende helderheid
over hun economisch dan wel maatschappelijk functioneren. De verzelfstandiging
is een inefficiënte hervorming gebleken waar corporaties hun maatschappelijke
verantwoordelijkheid niet willen dragen. Ook omdat de vrije markt veel
aantrekkelijker is vanuit het principe van zelfverrijking.
De IVBN behartigt de gezamenlijke belangen van grote pensioenfondsen,
verzekeringsmaatschappijen, vermogensbeheerders en (al dan niet beursgenoteerde)
vastgoedfondsen. De 33 leden hebben voor circa 65 miljard euro aan Nederlands
onroerend goed in bezit en nog eens zo’n 45 miljard aan vastgoed
in het buitenland. De bij de IVBN aangesloten vastgoedorganisaties beleggen
in woningen, kantoren, winkels, bedrijfsruimten en parkeergarages. Zij
verhuren circa 150.000 woningen en zijn daarmee de derde aanbiedende
partij op de woningmarkt. Het commercieel vastgoed is opgebouwd uit
kantoren (circa 6 miljoen m2), winkels (circa 4,5 miljoen m2), bedrijfsruimten
en parkeergarages.
Pas in 10 mei 2007 kwam huisvesting als een apart punt op de agenda
van de EU. Dat is echter nog geen garantie voor een goed volkshuisvesting
beleid op EU niveau. De strijd tussen vrije markt en sociale huisvesting
wordt ook op de EU in alle hevigheid gestreden.En het moet geconstateerd
worden dat voorlopig de neoliberale invloed en de macht van de ’vrije’
markt het zwaarste weegt in de EU.
Balkenende 2007 liegt over huisvestingszekerheid in de EU
Balkenende liet via de voorpagina’s van bijna alle media (datum,
ja datum!) (dat is een keuze van de media, Balkenende zelf liet niet
in grote letters weten) weten van zijn ’overwinning’ in
het EU nieuw verdrag. ‘De volkshuisvesting blijft buiten de EU
invloedsfeer!’, garandeerde hij en zijn kabinet. Een diepere kijk
op de stand van zaken wijst op een andere werkelijkheid, namelijk geen
garanties!
Zoals we hiervoor zagen is er door de bruteringsoperatie al een onduidelijke
situatie ontstaan waarbij woningbouw corporaties zowel op de commerciële
markt als in de sociale woningbouw opereren. Deze situatie zal nog worden
versterkt door de afspraken die in het nieuwe verdrag ter vervanging
van de conceptgrondwet zijn gemaakt.
In feite is door de Nederlandse regering al jaren geleden een proces
van privatisering van de sociale huisvesting in gang gezet, dat alleen
maar door het nieuwe Europese verdrag wordt bevestigd. De woorden van
Balkende zijn in onze ogen niets waard. De klacht van de IVBN bij de
Europese Commissie toont aan, dat zich in de toekomst juridische loopgravengevechten
op Nederlands en Europees niveau zullen gaan afspelen met een onzekere
uitkomst.
Wat gaat de FNV doen om op het gebied van huisvesting de belangen van
mensen met een laag inkomen te verdedigen? In het nabije verleden beweerde
deze vakorganisatie dat zij zich vooral wil richten op haar core-businness:
werk en inkomen. Het concept van de ‘brede vakbeweging’
waarbij de samenhang van maatschappelijke zaken naar voren werd gebracht
en ook aandacht werd besteed aan volkshuisvesting, oorlog en vrede,
milieu etc. werd overboord geworpen. Ondertussen bemoeit de FNV zich
via de pensioenfondsen toch met de volkshuisvesting. In onze ogen niet
op een positieve manier. De liberale lobby voor vrije marktwerking van
het IVBN wordt ondersteund.
Belangrijke belangenorganisatie van huurders op internationaal niveau:
IUT International Union of Tenants: Internationale huurders vereniging
(www.iut.nu)