Opmerkingen over de geschiedenis van de Europese samenwerking. Van
droom tot nachtmerrie
Europa, de geschaakte prinses
Eerder verschenen in de krant 'Sociaal Europa' van mei/juni 2007.
Het begint met een droom. Een droom van de beeldschone prinses Europa,
dochter van koning Agenor en koningin Telephasse - in dat deel van het
Middellandse Zeegebied dat nu Libanon is. In haar droom verschijnen
twee vrouwen. Eén komt uit Azië, de andere uit het tegenovergelegen
continent. Een van de vrouwen zegt: “Kom, ik breng je naar Zeus
de oppergod.’ Als de prinses wakker is begrijpt ze niet wat de
droom te betekenen heeft.
De volgende dag is Europa met haar vriendinnen aan het spelen. Dan verschijnt
Zeus in de gedaante van een witte stier. Hij is verliefd op de prinses
en heeft de gedaante van een stier aangenomen om haar te ontvoeren.
Op zijn rug voert hij haar van het strand van Sidona naar Kreta. Daar
maakt hij Europa tot zijn vrouw. Zeus en Europa krijgen drie zonen.
De stier stijgt op naar de hemel waar hij nog steeds te bewonderen is
als het sterrenbeeld Stier. Europa betreurt haar lot. Ze wordt getroost
door Aphrodite, de godin van de liefde. "Huil maar niet. Je bent
nu vrouw van Zeus en dit prachtige oord heeft hij bestemd als woonplaats
voor jou en je nakomelingen. Omdat hij jou, zijn sterfelijke vrouw,
zo bemint, wil hij je naam onsterfelijk maken. Het vreemde werelddeel
waar hij je naartoe heeft gebracht, zal van nu af aan de naam Europa
dragen." Zo kreeg het continent haar naam.
De Europese droom
De huidige Europese Unie begon na de Tweede Wereldoorlog ook met een
droom. Een droom van eenheid, samenwerking, vrede en voorspoed. Voor
de tweede maal had een wereldoorlog het continent in puin gelegd. Weer
waren miljoenen mensen omgekomen, steden en dorpen verwoest en de economie
lag plat. Beide wereldoorlogen waren in Europa ontbrand en hadden haar
in as gelegd. Nu was het genoeg. In plaats van een continent van oorlog
en strijd moest Europa een continent van vrede en voorspoed worden.
Er was eerder gedroomd van een verenigd Europa. Ook Caesar, Karel de
Grote, Napoleon en Hitler hadden die ambitie. Maar deze keer zou het
niet gaan via list en bedrog, ontvoering en verkrachting. Nu zou niet
één volk of één macht de anderen onderwerpen.
Nu zouden de Europese volkeren zich vrijwillig en vreedzaam aaneensluiten.
Er speelden niet alleen maar idealistische motieven. Er was ook sprake
van welbegrepen eigenbelang. In beide wereldoorlogen draaide het uiteindelijk
om grondstoffen en markten, om economische en politieke macht. Beide
malen was het resultaat van de strijd dat er in Europa geen echte winnaars
waren. De echte winnaars zaten aan de andere kant van de Oceaan. De
Verenigde Staten van Noord-Amerika kwamen betrekkelijk ongeschonden
uit de strijd. Daar stonden de fabrieken nog overeind en kon de productie
direct opgevoerd worden, ook voor de Europese markt.
Afzonderlijk konden de Europese landen de economische macht van de VS
niet weerstaan. In plaats van elkaar op leven en dood te bestrijden
moesten de handen ineen worden geslagen. Anders restte slechts een klein
bijrolletje op het wereldtoneel. Dat begreep ook de elite in de verschillende
landen.
Van droom naar nachtmerrie
Het begon met het Europa van de Zes: Duitsland, Frankrijk, Italië,
België, Nederland en Luxemburg. Zij richtten in 1951 de Europese
Gemeenschap van Kolen en Staal op. Deze voor de industrie vitale grondstoffen
kwamen onder gemeenschappelijk beheer van een ‘Hoge Autoriteit’.
In 1957 volgde de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese
Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom). Het Europa van de Zes werd
in 1973 uitgebreid met Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken.
Een decennium volgden Spanje, Portugal en Griekenland en in 1995 Finland,
Oostenrijk en Zweden. Na de val van de muur kwamen daar verschillende
Oost-Europese landen bij. De Europese Unie - zoals het samenwerkingsverband
sinds het verdrag van Maastricht in 1992 heet - telt nu 27 landen.
De naoorlogse periode heeft Europa veel goeds gebracht. Het continent
bleef lange tijd gevrijwaard van oorlogen. (Die werden, veelal met Europese
steun, elders gevoerd.) Economisch ging het Europa ook redelijk voor
de wind. Ook al ging dat ten koste van de bewoners van andere continenten,
waar de goedkope grondstoffen voor de Europese industrie en de veehouderij
vandaan werden gehaald, en van het milieu dat onaanvaardbaar werd belast.
Europa was populair bij haar inwoners. Vooral de progressieve krachten
schaarden zich achter het Europese ideaal. Dat begon in de loop van
de jaren tachtig te veranderen. Met de opkomst van het neoliberalisme
en de omhelzing daarvan door Europa verloor Europa haar onschuld. Ook
dit Europa werd geschaakt. De nieuwe Zeus verscheen in de vorm van grote
multinationale ondernemingen die haar voor hun belangen misbruikte.
De kinderen die uit dit misbruik voortkwamen luisterden naar namen als
‘de onbelemmerde marktwerking’, ‘privatisering’,
‘militarisering’ en ‘Europese Grondwet’. Voor
de bevolking veranderde Europa langzaam van een droom in een nachtmerrie.
De Europese samenwerking was vooral gericht op de vorming van één
Europese markt. Daarbij ging het in eerste instantie niet om de ‘onbelemmerde
marktwerking’ die later in zwang zou komen. Integendeel. De dominante
economische theorie in de eerste dertig jaar na de oorlog hechtte veel
waarde aan de rol van de staat in het economische proces. De economieën
van de West-Europese landen kenden een omvangrijke staatssector en er
werd veel aandacht besteed aan planning en sturing van het economische
proces. In Nederland werd in die tijd bijvoorbeeld het Centraal Plan
Bureau opgericht. Men ging er van uit dat door middel van planning en
sturing de economie crisisvrij zou kunnen blijven. Bij een dreigende
terugloop in het economische tij moest de overheid de vraag stimuleren
door openbare werken en het op peil houden van de koopkracht van de
minima door sociale uitkeringen. Zo zou er voortdurende economische
vooruitgang zijn.
Die droom werd wreed verstoord met de economische recessie in de jaren
zeventig. Als reactie kwam het neoliberalisme op. Nu was nog maar een
ding belangrijk: de bedrijfswinsten moesten weer stijgen. Meer winst
zou tot meer werk leiden. De werking van de vrije markt zou alle problemen
oplossen. Het doorvoeren van de vrije marktwerking en de privatisering
en liberalisering die daarvoor noodzakelijk zijn, werd het hoofddoel
van de Europese politiek. De afbraak van de verzorgingsstaat werd ingezet.
Van aanvaarding naar verzet
Als Europese burgers moesten we de rekening betalen. Lonen werden bevroren
en uitkeringen verlaagd. Het stelsel van sociale zekerheid aangetast.
Overal werd marktwerking ingevoerd, met als gevolg dat de voorzieningen
duurder en slechter werden. De rijken werden rijker en de armen werden
armer. En Europa, de Europese Unie, speelde in dat alles een actieve
rol.
De mythische prinses Europa kon niets anders doen dan in haar lot berusten.
Ze bleef in Kreta en trouwde later met koning Asterion, die haar kinderen
adopteerde. Voor ons Europa ligt dit anders. Wij kunnen als burgers
zelf in beweging komen voor een ander Europa. Voor een democratisch
Europa. Voor een Europa waar het niet draait om de winst maar om de
mensen en het milieu. We deden dat in 1997 bij de top in Amsterdam toen
we massaal demonstreerden. We deden dat ook op 1 juni 2005 toen we massaal
tegen de Europese Grondwet stemden. We zullen dat weer moeten doen om
te voorkomen dat die Grondwet in een wat ander jasje alsnog wordt doorgevoerd.
We zullen er voor moeten zorgen dat over die nieuwe versie van de Grondwet
weer een referendum wordt georganiseerd. Of het nu wel of niet Grondwet
wordt genoemd. De bevolking zelf zal zich uit moeten spreken over de
vraag of ze dit steunt of niet. En we zullen moeten nadenken en discussiëren
over het Europa dat we wel willen. Over de vraag hoe een sociaal, groen,
solidair en democratisch Europa er uit moet zien. Europa is nu genoeg
geschaakt. Het is tijd om haar terug te brengen. Deze krant wil daar
een podium voor zijn.
Willem Bos