|
Deeltjesversneller voor re-integratie November 2008. De Universiteit van Amsterdam (UvA) heeft onderzoek gedaan om re-integratie van klanten van Dienst Werk en Inkomen (DWI) beter meetbaar te maken. De faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen heeft het onderzoek uitgevoerd. Op 6 november werd het eindrapport Competentieontwikkeling en Re-integreerbaarheid van DWI klanten gepresenteerd aan de wethouder van sociale zaken. Voortbordurend op Stichting Economisch Onderzoek in 2006, analyse van in- en uitstroom van klanten, heeft er toe geleid dat een trapsgewijs geconstrueerd onderzoeksmodel het licht heeft mogen zien. In volle glorie staat het als een centerfold paginabreed afgebeeld op de helft van het rapport (p18). Het experimentele model (p2) kent in tegenstelling tot de oude versie meer meetmomenten in de tussenfasen. Op het eerste gezicht lijkt het rapport een politiek neutrale en objectief wetenschappelijke analyse om bijstandsgerechtigden aan het werk te helpen, maar is bij nadere lezing meer een staaltje ‘social engineering’ dat de DWI goed uitkomt. Een citaat: ‘interessant te vermelden dat naast de variabelen in het onderzoeksmodel (…) ook is gekeken naar levenstevredenheid van klanten, waarvan bekend is dat deze hoger is bij werkende mensen dan bij werklozen (p25). Twee stellingen kunnen de logica van dit citaat en rapport als geheel uitdrukken.
Het onderzoeksmodel kent 5 treden. Laagste is trede 1. Hier bevinden zich mensen met fysieke en/of psychische belemmeringen om te werken, ze hebben geringe zelfredzaamheid. Hoogste is trede 5, de betaalde arbeid, hier bevinden zich mensen die niet ziek zijn. Maar de begrippenparen ‘ziek/gezond’ ‘tevreden/ontevreden’ zijn onlosmakelijk verbonden; oorzaak en gevolg lopen door elkaar of worden als het zo uitkomt omgekeerd. Men denkt dat mensen die niet werken daardoor ziek worden, en zieke mensen die wel werken worden daardoor beter. De werkelijkheid is echter complexer, maar past niet in de logica. Zieke mensen dienen in trajecten te worden geplaatst om beter te worden, maar worden in veel gevallen daardoor ziek. Het citaat gaat verder: ‘levenstevredenheid bleek toe te nemen van trede 1 tot trede 3, wat impliceert dat hoe verder klanten zich ontwikkelen richting werk, hoe meer tevreden zij zijn met hun leven’ (p25). Omdat ze richting betaald werk gaan, of omdat ze minder ziek zijn? Het model meet uitsluitend trede en klant, maar interpreteert geen diepere oorzaken. Het is een kwantitatief meetinstrument, dat niet kan interpreteren of de DWI bijvoorbeeld zelf in staat is de klanten op waarde te schatten en goed te beoordelen. Volgens een rapport van de Rekenkamer Amsterdam (Re-integratie. Begeleiding van bijstand naar werk, 2007) worden klantmanagers niet zelden onder druk gezet om een ‘traject te vullen’ wanneer dat ‘achterblijft bij de contractafspraak’ (p74). Met alle gevolgen van dien. De filosofie achter het model is dat de mens alleen als betaalde arbeidskracht kan bijdragen aan de samenleving. Het kijkt verder niet naar de mens en zijn omgeving – in dit geval de DWI. Die zou meer zelfredzaamheid moeten bevorderen, eigen initiatief stimuleren, kortom ondersteuning verlenen waardoor betaalde arbeid mogelijk kan worden. Dat eenzijdige mensbeeld zit ook verweven in het concept employability (p6), dat betekent de ‘flexibele’ inzetbaarheid van de betaalde arbeidskracht. Het begrip flexibel is misleidend omdat het leidt tot tegengaan van vrijwilligerswerk en mantelzorg, dus ‘beter makende’ activiteiten (voor mensen op trede 1) die (hun) sociale verbanden in (en met) de samenleving bevordert. Wetenschapsopvatting In de wetenschapsopvatting van de faculteit der Gedragswetenschappen en onderzoeksmethode die zij hanteert - ontleend aan die van de natuurwetenschappen - ligt besloten dat ruis in het onderzoeksmodel vermeden dient te worden. Storende factor is bijvoorbeeld de gemiddelde leeftijd van de mensen die hebben deelgenomen aan het onderzoek, dat is 45,3 jaar (p22). Boven de veertig jaar zijn mensen voor werkgevers niet interessant. Ze belanden al gauw in de trajectenindustrie waar zij van traject naar traject hoppen, met grotere kans ziek te worden en daardoor nog minder interessant zijn. Dan de eerder genoemde factor die ruis oplevert: de klantmanager. Waarschijnlijk omdat de DWI opdracht voor het onderzoek gaf, wordt die niet erg kritisch benaderd. Verleden jaar nog veroorzaakten klantmanagers volgens de Rekenkamer behoorlijke ruis. Een samenvatting van de kritiekpunten: de klantmanager heeft geen tijd zich te verdiepen in de klant en geen kennis van de arbeidsmarkt en het aantal wisselende trajecten. Het ontbreekt ze aan ondersteuning en hebben daardoor ‘beperkt evaluatief en lerend vermogen.’ Enquête Deze uitkomst wordt bevestigd door een kleine enquête van de Amsterdamse Bijstandsbond, belangenbehartiger van mensen met een uitkering en werknemers met een minimum inkomen. De gemiddelde leeftijd van de 105 respondenten was eveneens boven de veertig jaar en allen zijn langdurig werkloos. De vragenlijst bevat enkele algemene vragen en vijftien stellingen. De meetschalen Klantmanager en Vertrouwen bestaan beide uit zes stellingen. Hoge score is positief, lage negatief. Eerst zijn betrouwbaarheidsanalyses van de meetschalen gemaakt, de zogenaamde Cronbach’s alpha. Daarmee wordt berekend of stellingen hetzelfde meten en dienen een correlatie coëfficiënt te hebben van minimaal .60. Cronbach’s alpha van Klantmanager is .85 en Vertrouwen .67. De scores op beide schalen zijn laag, Klantmanager en Vertrouwen correleren significant met elkaar. Vertrouwen Dat betekent dat vrijwel alle respondenten negatieve ervaringen hebben met de klantmanager; 92% heeft geen vertrouwen in de DWI en 65% ziet de toekomst door de DWI somber in. Een percentage van 60% heeft meer dan 2 trajecten gedaan, waarvan 10% meer dan 5. Voor een traject moet vrijwilligerswerk of mantelzorg worden opgegeven, men vindt dat echter zinvoller dan trajecten, respectievelijk 70% en 95%. Een percentage van 86% vindt de klantmanager nutteloos. De meerderheid heeft niet te maken met strafmaatregels, toch is 75% daar bang voor. Dat hangt als een dreigende wolk boven het hoofd. De meerderheid zou geen uitzendbaan voor korte tijd durven nemen omdat men bang is in schulden te raken vanwege de trage aanvraagprocedure voor een uitkering wanneer men weer zonder werk raakt. Kortom, men zit opgesloten in een systeem van wantrouwen. Vanwege de kredietcrisis is met immense financiële injecties duidelijk geworden hoe belangrijk vertrouwen is; wanneer dat ontbreekt, kunnen gezonde economieën instorten. Het vertrouwen van de klant in de DWI is minder belangrijk voor de economie, maar dat is het wel voor succesvolle re-integratie. Daarom zou het vertrouwen van de klant in de DWI in het onderzoeksmodel dienen te worden geïntegreerd. Dat levert ongetwijfeld ruis op, het onderzoeksmodel zal minder zuiver meten, maar kennis van wisselwerkingen tussen de belangrijkste factoren zullen veel opleveren. Piet van der Lende
|