Indrukken van de hoorzitting over reintegratie in de Tweede
Kamer, 26-03-2008
In de discussie kwamen verschillende thema’s aan de orde. Een van
de hoofdthema’s was de effectiviteit van reintegratie. Kamerleden
stelden daar in de verschillende blokken steeds vragen over. In het blok
van de wetenschappers werd oa naar voren gebracht, dat ‘een stok
achter de deur’ effectief zou zijn bij reintegratie. Maar de wetenschappers
spraken zichzelf een beetje tegen, want tegelijkertijd werd gezegd dat
de effecten van positieve en negatieve prikkels moeilijk te meten zijn.
De effectiviteit van ‘een stok achter de deur’ werd vooral
naar voren gebracht door de vertegenwoordiger van TNO Arbeid. In het blok
werden de oorzaken van de geringe effectiviteit van reintegratie uitgebreid
besproken. Een van de wetenschappers bracht naar voren, dat een effect
van gedwongen trajecten is, dat de mensen al voor ze in het traject gaan
eieren voor een geld kiezen en een baantje nemen, om van het gezeur af
te zijn. Dit effect wordt in de effectiviteit van reintegratie niet gemeten.
Men veronderstelde stilzwijgend, dat deze mensen allemaal betaald werk
gaan doen. Daarnaast werden andere oorzaken genoemd voor de gemeten ineffectiviteit
van reintegratie. Het was allemaal een meetprobleem. Men noemde verschillende
concrete onderzoeksprojecten, waarin de bij-effecten als positief effect
moeten worden meegenomen. De wetenschappers pleitten voor meer onderzoek.
Activering en een 'stok achter de deur'.
Het effect van ‘de stok achter de deur’ kwam in andere blokken
ook ter sprake, soms in de vorm van een discussie over mensen met rust
laten wel of niet. Met name de wethouders van de grote steden die inspraken
pleitten voor een aanpak, waarbij het uitgangspunt is: iedereen kan wat,
en we laten niemand aan de kant staan, en iedereen moet, desnoods onder
druk, sociaal geactiveerd worden, dat is goed voor de mensen zelf, iedereen
doet mee, maar de inzet van reintegratiegelden hiervoor hoeft niet als
doelstelling te hebben toeleiden naar betaald werk. Dat zit er voor velen
niet in. Slechts iets van 25% van de reintegratiegelden wordt daarvoor
ingezet. Je moet ook naar andere doelstellingen kijken en die bewust nastreven
en in het beleid inbouwen om de effectiviteit van de inzet van financiele
middelen te beoordelen. Achteraf sprak ik met een ambtenaar van de gemeente
Den Haag, die zei dat wel degelijk ongeveer de helft van de bijstandsgerechtigden
in Den Haag thuis achter de geraniums zit en sociaal geactiveerd moet
worden. Dit geldt met name voor een groep die ooit opgenomen is geweest
in een psychatrische inrichting in de omgeving van Den Haag. Die mensen
moeten geholpen worden actief te worden in de samenleving. (Dit nav mijn
opmerkingen tijdens het blok, maar ook tegen hem nogmaals, dat veel bijstandsgerechtigden
helemaal niet inactief zijn en dat meer moet worden aangesloten bij de
activiteiten die ze al doen) Uit de discussies bleek dus, dat de reintegratiegelden
op grote schaal door gemeenten niet worden gebruikt om iemand toe te leiden
naar de arbeidsmarkt, maar naar sociale activering of maatschappelijke
activering. Ook kwam naar voren, dat het budget van de reintegratiegelden
in het nabije verleden is teruggebracht van 3 miljard naar 2 miljard en
dat dit nog verder naar beneden gaat naar 1,7 miljard. Daarnaast kwam
naar voren, dat maar een beperkt deel van deze gelden wordt besteed op
de particuliere reintegratiemarkt.
Jongehandicapten
In de discussie met het UWV kwam het verwijt naar voren, dat het UWV te
weinig doet om arbeidsgehandicapten in het algemeen en Wajongers in het
bijzonder aan betaald werk te helpen. De middelen voor reintegratie zouden
te weinig voor die groep worden ingezet. Het UWV ontkende dit. De reden
dat minder gelden voor die groep worden ingezet zouden gelegen zijn in
het feit, dat door de strenge herkeuringen en de WIA de groep die in aanmerking
komt voor reintegratie is veranderd. Minder mensen komen voor daadwerkelijke
reintegratie in aanmerking, dus wordt er ook minder geld uitgegeven aan
die groep. Momenteel zitten zo’n 10.000 wajongers in een traject,
heb ik begrepen. Ter sprake kwam ook nog tijdens de discussies dat Albert
Heijn een groot aantal Wajongers in dienst wil nemen, maar dat dit project
moeizaam verloopt.
In de discussie kwam de ketenaanpak ook naar voren. Ook hier weer wat
zijn de knelpunten in de keten als het gaat om de effectiviteit. Een echt
antwoord kwam er op deze vraag niet. Een punt wat daarbij ook ter sprake
kwam was de contacten met de werkgevers. Hebben het CWI, het UWV en de
sociale diensten wel voldoende contacten met werkgevers? Een van de deelnemers
aan de hoorzitting bracht naar voren, dat de gemeenten zelf vacatures
en contacten met werkgevers moeten inventariseren en daar een structuur
voor opzetten, en dat ze in dit opzicht niet afhankelijk moeten zijn van
(commerciele) derden. Een ander punt was de presentatie van een werkgevers
project ism het CWI in ik geloof Almelo. Aanwezig was ondernemer Van de
Mos, die 2000 mensen in dienst heeft vnl in de metaalsector, en die een
groot aantal werkgevers bij elkaar heeft gehaald en daar ook een organisatie
voor heeft opgericht die zich bereid verklaren langdurig werklozen in
dienst te nemen. Deze mensen worden toegevoegd aan al bestaande teams
als een soort extra arbeidskracht. Van de Mos bracht naar voren, dat je
echte ondernemers hebt, die laagopgeleid zijn en van hun bedrijf een echte
familie willen maken en de ‘zaakwaarnemers’die alleen uit
zijn op winst maken en een zo hoog mogelijk rendement van hun kapitaal.
Echte ondernemers willen maatschappelijk ondernemen en zijn zich bewust
van hun verantwoordelijkheid. Nicolai van de VVD stelde vervolgens de
kritische vraag aan het CWI Almelo, waarom zo’n specifiek project
nodig was voor de contacten met de wekgevers. Dat moest toch structureel
zijn ingebouwd in alle activiteiten van het CWI? Hierop kwam geen duidelijk
antwoord. Dit antwoord kwam ook niet in het blok van de wetenschappers,
waarvan een van hen aangaf ‘geen kennis te dragen van de concrete
bemiddeling op individueel niveau’. Spekman van de Partij van de
Arbeid stelde de vraag aan Van de Mos, als hij zo graag mensen die met
hun handen werken wil opleiden in de metaal, waarom dan op brancheniveau
de werkgevers de bedrijfsscholen gesloten hebben. Ook hier kwam geen duidelijk
antwoord dan behalve dat ‘iedereen de hand in eigen boezem moet
steken’.
De belangengroepen in het laatste blok, de vakbonden en de werkgevers,
heb ik maar kort gevolgd, toen ben ik weggegaan. De FNV pleitte voor verbetering
van de kwaliteit van de reintegratie. Er zouden criteria moeten komen
voor wat uitstroom naar duurzame arbeid is, en dat zou de doelstelling
moeten zijn. Duurzaam is voor de FNV uitstroom naar een contract voor
onbepaalde tijd, maar daar werden wel nuanceringen op aangebracht.
Belangentegenstellingen
De twee punten effectiviteit van reintegratie en wel of geen stok achter
de deur kwamen ook naar voren bij het discussiepunt of je een Persoons
gebonden Budget en bv een Individuele reintegratieovereenkomst moet invoeren.
Wel werd gezegd, dat de effectiviteit van het PGB groter is dan het op
een andere wijze inzetten van middelen, en de noodzaak daarvan kwam in
enkele blokken in beperkte mate naar voren, als onder deel van het streven,
mensen meer de ruimte te geven een eigen invulling te geven aan hun reintegratie.
Een van de aanwezigen zei daarbij dat dan de macht van de klant manager
moest worden ingeperkt. Hierover kwam ook een vraag van Spekman, maar
in mijn herinnering kwam hierop geen echt antwoord.
In mijn ogen was er wat Persoons Gebonden Butgetten en Individuele Reintegratie
Overenekomsten betreft een soort van belangentegenstelling qua mening
tussen de VNG en de gemeenten aan de ene kant (Er waren minstens vijf
wethouders van grote steden die werden gehoord en die straight allemaal
hetzelfde zeiden) samen met de vertegenwoordiger van de grote reintegratiebedrijven
vertegenwoordigd in BOABOREA, en anderzijds vertegen woordigers die dichter
bij de klanten staan. De vertegenwoordiger van Boaborea speelde hier handig
op in door naar voren te brengen, dat zijn organisatie een keurmerk heeft,
en dat helaas van de 2000 reintegratiebedrijven slechts een kleine minderheid
bij het keurmerk van zijn organisatie is aangesloten, terwijl het toch
zo makkelijk is om dat keurmerk te verkrijgen. De gemeenten zouden meer
moeten kijken vanuit een oogpunt van goed marktmeesterschap of de reintegratiebedrijven
waaraan ze een contract gunnen wel zo’n keurmerk van Boaborea hebben.
180 bedrijven hebben het keurmerk, 2000 andere niet. Tevens deed hij een
aanbod. Zijn organisatie en de grote reintegratiebedrijven zouden graag
afspraken willen maken met de politiek om bepaalde reintegratiedoelstellingen
concreet te bereiken.
In de eerste plaats wil hij meer contracten op basis van no cure no pay,
of no cure less pay. De particuliere reintegratiebedrijven vechten tegen
de beeldvorming dat ze maar geld in hun zak steken. Nog geen 1/5 van het
totale budget wordt in private reintegratie gestoken.
De overheid moet samen met Boaborea echt iets durven. Hij wil een doelstelling
om samen met de particuliere bedrijven 40% van de WSW-ers in een reguliere
baan te brengen. Tevens wil hij met de overheid als doelstelling afspreken
om 40.000 Wajongers in vier jaar tijd naar een reguliere baan te brengen.
Spekman van de Partij van de Arbeid ging hierop in. ‘We hebben al
zoveel voorstellen gehad, die gebakken lucht bleken te zijn, we willen
graag nadere voorstellen van uw kant, om dit plan in te vullen’.
Er werd afgesproken dat dit zou gebeuren.
Piet van der Lende
|