Vereniging Bijstandsbond Amsterdam
Da Costakade 162
1053 XD Amsterdam
020-6898806
info@bijstandsbond.org
Punten voor de hoorzitting over reintegratie
Ieder mens streeft naar een evenwicht in zichzelf en tussen zichzelf
en zijn of haar (sociale) omgeving. Mensen stimuleren betekent dat je
mensen de ruimte geeft en ondersteunt om dat evenwicht te vinden. Je moet
dus niet alleen kijken naar arbeid of werk in abstracte zin, ‘de
kortste weg naar werk’, maar naar de concrete inhoud van het werk.
Mensen vinden ‘werk’ niet leuk, maar sommig ‘werk’
wel en ander ‘werk’ weer niet. Gelukkig ligt dit voor iedereen
verschillend. De een wil graag in de beveiliging werken, de ander wil
verpleegster worden, weer een ander wil met zijn hersens werken. Het is
niet zo dat ‘werklozen niet willen werken’ maar dat ze hun
persoonlijke voorkeuren hebben op basis van dat evenwicht zoeken. Natuurlijk
moet je in dit opzicht ook naar de realiteit om je heen kijken en compromissen
sluiten. Maar wanneer je mensen niet de ruimte geeft hun eigen weg te
vinden, is er vaak geen sprake van een duurzame weg naar werk. In een
situatie van volledige werkgelegenheid kan iedereen die kan werken, werk
vinden dat bij hem/haar past. Van die situatie zijn we ver verwijderd.
En dat is al decennia zo. In Nederland zijn er ongeveer twee en een half
miljoen mensen tussen 18 en 65 die geen betaald werk hebben. Een deel
van hen heeft een uitkering. Een deel van hen kan niet werken. Maar als
je het hebt over potentiele arbeidskrachten praat je toch zeker over meer
dan een miljoen mensen. Tegelijkertijd zijn er moeilijk vervulbare vacatures
in verschillende bedrijfstakken, weliswaar veel minder dan een miljoen,
maar toch.
In feite is er al decennia lang een structurele massa-werkloosheid, die
in onze ogen gedeeltelijk in de publiciteit en de politiek wordt ontkent.
In de huidige arbeidsmarkt is het heel lastig aan de bak te komen als
je langdurig werkloos bent geweest. Er is zoveel meer keuze uit mensen
die van de ene baan naar de andere willen. Wanneer de huidige verhouding
tussen de potentiele groep arbeidskrachten en het aantal vacatures niet
structureel verandert, zullen altijd bepaalde groepen structureel buiten
het arbeidsproces blijven, omdat ze in de concurrentie om de beschikbare
vacatures het onderspit delven, welke maatregelen je ook neemt. Meer flexibilisering
betekent dan hooguit een verschuiving in groepen. Desondanks toch enkele
punten.
• Mensen moeten over bepaalde ‘harde’ basisvaardigheden
beschikken om sowieso aan de samenleving mee te kunnen doen. Nederland
telt 250.000 analfabeten en 1,3 miljoen laaggeletterden of zogenaamde
functioneel analfabeten; dit houdt in dat men weliswaar in staat is bijvoorbeeld
de eigen naam te schrijven en/of om losse woorden te lezen, maar niet
om een langere tekst dusdanig snel en correct te lezen dat men deze ook
daadwerkelijk begrijpt. Zelfs onder jongeren komt functioneel analfabetisme
nog veelvuldig voor. In april 2006 bracht de Inspectie van het Onderwijs
in Nederland een rapport uit waaruit bleek dat 25 procent de basisschoolleerlingen
groep 8 verlaat met een leesachterstand van twee jaar. Het is beslist
niet zo dat dit alleen een probleem van allochtonen is. Ook onder de in
Nederland geboren en opgegroeide bevolking komt analfabetisme veelvuldig
voor. In dit verband is het schrijnend, dat de inburgerings cursussen
niet schijnen te werken en dat bij bestaande budgetten of een beperkte
uitbreiding daarvan de doelgroep steeds verder is uitgebreid. Daar is
al veel over te doen geweest. Onze vermoedens zijn dat het percentage
(functioneel) analfabeten onder bijstandsgerechtigden en andere uitkeringsgerechtigdengroepen
hoger is dan gemiddeld. Deze groep is moeilijk te bereiken, zowel wat
betreft informatie over voorzieningen op gemeentelijk niveau om verarming
tegen te gaan (langdurigheidstoeslag, bijzondere bijstand, chronisch zieken
regeling, etc.) als wat betreft de kansen op een baan. (Werkgevers kunnen
je via vacatures in media gepubliceerd niet bereiken) Afgezien van het
feit, dat een werkgever met een fabriek geen mensen neemt die de waarschuwingsbordjes
in de fabriek niet kunnen lezen, of totaal geen administratieve handelingen
kunnen verrichten om maar wat te noemen. De stichting lezen en schrijven
doet al veel, maar het is niet genoeg. Er zou een deltaplan voor de alfabetisatie,
ook van Nederlanders in alle leeftijdsgroepen moeten komen. En er zou
een onderzoek moeten komen naar de relatie tussen analfabetisme, armoede
en werkloosheid.
• Leer-werkplaatsen en stages werken wel, loonkostensubsidies hooguit
een klein beetje. Het werkt het best als dit op plekken is waar mensen
moeilijk te vinden zijn (commerciele financiele dienstverlening, electrotechniek
en andere mbo technische functies). Natuurlijk moeten de te plaatsen mensen
wel echt bereid zijn een dergelijke opleiding te willen volgen en het
ook daadwerkelijk afronden. Subsidie vanuit de overheid kan een steuntje
zijn, maar is zeker niet het middel waarmee bedrijven over de brug willen
komen. Dit wordt althans gezegd door bijvoorbeeld functionarissen van
Randstad. Ook voor mensen die reintegreren na bijv. deels afgekeurd te
zijn helpt het als ze ergens mogen komen "proberen" op een stage
of leer-werkplaats. Het verlaagt de drempel voor de mensen zelf, maar
zeker ook voor een bedrijf die de persoon op cv mogelijk hadden afgewezen.
• De overheid wil veel teveel controleren, registreren, standariseren,
meten en bovendien (dat is een ander punt) uitbesteden aan private reintegratiebedrijven
waarvoor ook weer bureaucratie ontwikkeld wordt, dus de bureaucratie wordt
bij de privatisering niet minder maar meer. en alles van bovenaf regelen
met allerlei verschillende, door elkaar heen lopende doelstellingen. Zoals
toeleiding naar de arbeidsmarkt, sociale activering, laten verrichten
van zinvol werk, integratiedoelstellingen. Er zou meer ingezet moeten
worden op zelfhulpgroepen, zelf initiatief, zelforganisatie en vrijwilligerswerk
waarbij initiatieven vanuit de bevolking zelf op eenvoudige wijze financieel
ondersteund worden. Daar zou meer geld naartoe moeten gaan. Het gaat erom,
dat wat mensen al doen plotseling in een soort keurslijf moet worden gedwongen
met allerlei regels. Als je daaraan meewerkt, kan er het een en ander,
als je er niet aan meewerkt krijg je geen enkele ondersteuning.
• Onze ervaring is dat met name grote reintegratiebedrijven waarmee
de meeste contracten worden afgesloten vaak maar een beperkte kennis van
de lokale sociale kaart hebben, en hebben helemaal niet zoveel contacten
met de werkgevers in de regio wat betreft hun personeelsbeleid en vacatures.
Er worden wel allerlei projecten en pilots en samenwerkingsverbanden opgezet,
maar er is geen structureel beleid waarbij vanaf het begin wordt getracht
alle mensen in individuele situaties op vacatures te krijgen die in de
regio bestaan. Als smoes wordt daarvoor gebruikt dat de mensen het zelf
moeten doen. Het is daarvoor niet voldoende om een vacaturebank op internet
op te bouwen of advertenties van werkgevers in een databestand op te slaan.
De begeleiders van werkzoekenden zouden een sociale kaart moeten opbouwen
van contacten ook informeel, met individuele werkgevers, met hen gaan
praten, informatie uitwisselen, lobbyen, etc. Want vaak komen contacten
tussen werkzoekenden en werkgevers langs die weg tot stand. Daar kunnen
de werkzoekenden dan weer gebruik van maken. Deze ontwikkeling is er niet.
Over het algemeen vinden mensen met een lager opleidingsnivo het moeilijk
zichzelf te "verkopen" en het lukt ze dan ook niet om echt goede
sollicitaties te doen. Natuurlijk helpt het wat om de mensen te leren
solliciteren, maar onze ervaring is dat als je via een bemiddelaar werkt
die goed de plussen en de minnen van een persoon op een rij kan zetten
tegenover een werkgever waarmee ook andere contacten bestaan dit al drempels
wegneemt. De te reintegreren persoon hoeft dan zichzelf niet meer te verkopen,
maar kan gewoon gemotiveerd gaan werken en laten zien wat voor vlees iemand
in de kuip heeft.
• Wij ervaren regelmatig, dat mensen in trajecten worden gezet die
helemaal niet aansluiten bij hun opleidingsniveau en hun ambities. Bijvoorbeeld
hoger opgeleiden die een inburgeringscursus moeten volgen voor lager opgeleiden
van allochtone afkomst. Er is een niet onaanzienlijk aantal mensen dat
wordt ‘rondgepompt’. Of dat er groepen worden samengesteld
waarvan de deelnemers grote verschillen in opleidings en ontwikkelingsniveau
hebben, wat tot spanningen leidt met de lesgever en in de groep.
• Wij ervaren op ons spreekuur dat gedeeltelijk of geheel arbeidsongeschikten
vaak onterecht onder druk worden gezet vrijwilligerswerk te doen of een
toeleiding naar de arbeidsmarkt te volgen. Hoewel er een keuringsarts
aan te pas is gekomen ervaren wij dat veel mensen, met name mensen met
een psychiatrisch verleden dit helemaal niet aankunnen en in een nieuwe
spiraal naar beneden terechtkomen in de vorm van angsten, malen, slapeloze
nachten, etc. De klantmanagers hebben soms geen begrip daarvoor. In de
tweede plaats is het wat betreft sociale activering en vrijwilligerswerk
beslist niet zo, dat alle bijstandsgerechtigden of andere uitkeringsgerechtigden
per definitie stil thuis zitten achter de geraniums. Veel mensen zijn
al actief in het vrijwilligerswerk. Dit werk mag je vaak alleen blijven
doen als het in de vorm van een traject wordt gegoten met alle bureaucratische
rompslomp van dien en het moet vaak tijdelijk zijn, ook al heeft de betrokkene
geen uitzicht op betaald werk. Er wordt niet aangesloten bij wat mensen
in dat opzicht al doen en dat wordt niet gestimuleerd.
|