Terug naar hoofdindex
Vereniging Bijstandsbond Amsterdam

 
Da Costakade 162. 1053 XD Amsterdam. 020-6898806. info@bijstandsbond.org
 

Hoe denkt wethouder Arjen Vliegenthart over de Bijstandsbond?


 

Op zondag 3 december hield wethouder Arjen Vliegenthart van Amsterdam, die zich 'christen-socialist' noemt, een preek in de Rode Hoed voor de Ekklesia. Thema van de preek was 'profeten van de armoede'toen en nu. Vliegenthart begint zijn betoog met de profeet Amos uit de bijbel, die 2700 jaar geleden leefde. Als Vliegenthart overgaat op de profeten van nu gaat hij uitgebreid in op de standpunten van de Bijstandsbond, of eigenlijk gaat hij in op de wijze waarop die activiteiten en standpunten van de Bijstandsbond op hem overkomen. Hoe denkt een Amsterdamse bestuurder van de SP, middenin de overheidsorganisatie die te maken heeft met ambtenaren, lobbyisten van allerlei slag en professionele welzijns- en hulpverleningsorganisaties over de Bijstandsbond?

Profeten van armoede

Preek voor de Ekklesia, in het kader ‘profeten van nu’
Rode Hoed, Amsterdam, 3 december 2017

Over de profeet Amos

Ik heb een afkeer van jullie feesten,-ik wijs ze af, jullie samenkomsten verdraag ik niet.
Ik schep geen behagen in de brand- en graanoffers die jullie mij brengen;
de vetgemeste beesten van jullie vredesojffers keur ik geen blik waardig.
Bespaar mij het geluid van jullie Iiederen; de klank van jullie harpen wil ik niet horen.
Laat Iiever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voorvloeiende beek (Amos
21-24).

Wat een schreeuwlelijk, die profeet Amos. Ongepolijste teksten, knetterharde politieke uitspraken.
Tegen de schenen van de politieke machtshebbers die genadeloos de waarheid wordt verteld. U hebt
de wethouder armoedebestrijding uitgenodigd om te komen vertellen over de profeten van de
armoede- en dat zult u weten vandaag.

Maar ik ben ook vereerd dat ik in een‘reeks naast onder andere Gloria Wekker en Marjolijn van
Heemstra iets mag komen vertellen over profeten van nu. Profeten zijn de luis in de pels van
machtshebbers. Zelden hebben ze goed nieuws, veel meer komen ze waarschuwen of zeggen ze
beleidsmakers de wacht aan. In een wereld, maar ook in deze stad, met zoveel rijkdom en
tegelijkertijd zoveel armoede naast elkaar, zijn profeten van armoede allesbehalve een
anachronisme. Als hun bijbels voorbeeld heb ik Amos meegenomen.

’De profeet van de sociale gerechtigheid,’ zo wordt Amos vaak genoemd. Amos Ieefde in de achtste
eeuw voor Christus en kwam uit Tekoa, een plaatsje ten zuiden van Jerusalem. Hij was veeboer en
verbouwde vijgen. En niet onbelangrijk, zo kunnen we Iezen in eerdere hoofdstukken van het boek
Amos, hij had zich niet gekandideerd als profeet. Hij had er ook eigenlijk geen zin in. Maar hij werd
door God geroepen en ging dus maar aan de slag.

Amos profeteerde in een tijd dat het economisch gezien voor de wind ging met lsraél. Onder leiding
van koning Jerobeam ll wist het land zich aardig staande te houden tegenover de grote
mogendheden rondom: Syrié en Assyrié maakten een relatief lastige tijd door. Door slimme
handelspolitiek en buitenlandbeleid wist Jerobeam ll zijn land aardig op te stoten in de vaart der
volkeren. De geschiedenis vertelt niet welk agentschap er op de Iokale Zuidas binnen werd gehaald,
maar het succes van het beleid zal de machthebbers zonder enige twijfel trots en vol zelfvertrouwen
hebben gemaakt. '

Maar met de welvaart werden ook de verschillen tussen arm en rijk steeds groter: tussen de stad
met haar stedelijke bevolking en het omliggende platteland. Tussen zij de profiteerden van de handel
en zij die dat niet deden. Welvaart en armoede gaan helaas vaak genoeg hand in hand. Dat gold voor
het Israél van de achtste eeuw voor Christus, maar dat geldt niet minder voor onze stad vandaag.

Een jaar geleden sprak ik met een man uit de Diamant—buurt in Amsterdam-Zuid. Hij had in de
schulden gezeten en was er uiteindelijk uit geklommen. Nu deed hij mee aan het programma ’Sparen
loont’ van onze gemeente. Met dit programma helpen wij Amsterdammers die schuldenvrij zijn '
geworden een buffertje op te bouwen. Wie in de schuldsanering zit verliest namelijk veel van zijn of
haar zelfstandigheid. Je geld wordt ondergebracht bij een budgetbeheerder die je geldzaken regelt.

De budgetbeheerder betaalt de rekeningen die binnen komen, maar bepaalt ook hoeveel jij per week
te besteden hebt. En dat is niet veel, meestal ‘maar net genoeg om te overleven. Dan kan het fijn zijn
wanneer als je na een jaar of drie eindelijk van de schulden af bent, weer even op gang geholpen
wordt. lemand die even met je meekijkt, helpt bij het ordenen van je geldzaken, met je praat over
waarje geld graag aan uit zou willen geven en waarvoorje zou willen sparen.

De man vertelde me over zijn leven in de stad, over hoe hij zijn baan was kwijt geraakt en hoe hij
psychische en uiteindelijk ook financiéle problemen had gekregen. Hij was blij met het perspectief
dat hij had gekregen doordat hij nu eindelijk van die rotschulden af was, maar hij maakte zich ook
grote zorgen over zijn toekomst in Amsterdam. ’Mijn wijk’ vertelde hij ’verandert in rap tempo. Sinds
kort zit hier op de hoek een Coffee Company. Daar kunnen je tientallen verschillende koppen koffie
kopen, maar wel allemaal van vier euro per stuk. Dat is voor mij niet te betalen. En even verder op
hebben we nu zo’n nieuwe, luxe, compleet verantwoorde supermarkt, een Marqt. Aardappels kosten
daar bijna 2,50 euro per stuk. Gelukkig is de buurtsuper er ook nog, maar die heeft het volgens mij
moeilijk, want er komen minder klanten. Elk huis dat hier vrij komt, wordt opgekocht door mensen
met geld of door studentes van wie de vader veel geld heef't. ~lk denk dat er over een paarjaar hier in
deze buurt voor mij geen plaats meer is en dat ik moet verhuizen naar buiten Amsterdam.’

Dit gevoel van ontheemding overkomt meer mensen. Het is een verhaal dat ik vaker van
Amsterdammers heb gehoord. De stad bloeit economisch, sommigen spreken zelfs over ’een derde
Gouden Eeuw’. Haar rijkdom klotst bijna Ietterlijk over hij IJ en de ring A-10.Wijken veranderen in
hoog tempo van karakter, ze worden opgeknapt en er komen andere voorzieningen. Het straatbeeld
verandert vaak Ietterlijk: meer bakfietsen, elektrische oplaadpunten en deel-auto’s. Er komen
nieuwe mensen te wonen, over het algemeen met de dikkere portemonnee.

Maar met die rijkdom komt ook de vervreemding van mensen die het niet zo breed hebben. Zij
hebben vaak niet of nauwelijks deel aan die verandering. Zij voelen zich buiten gesloten. Sterker nog,
ze worden buitengesloten. Niet gekend in hun manier van leven, in de sociale verbanden die zij wel
degelijk hebben in hun buurt, niet gekend in hun perspectief op de toekomst, hun hoop en idealen
over hoe het met hen beter zOu kunnen gaan.

Dat buiten sluiten gebeurt soms onbewust. 20 was er een eigenaar van een nieuw hip café in Nieuw
West, die me vertelde: 'Toen ik hier begon was het pionieren. Er was namelijk helemaal niets.’ Wat
de eigenaar bedoelt, is niet: er woonden hier helemaal geen mensen of er waren hier helemaal geen
voorzieningen. Wat hij bedoelde, ik denk eerder onbewust dan opzettelijk: er waren geen mensen
zoals ik of mijn klanten en er waren geen winkels, cafés en restaurants zoals het mijne. Zo werkt het
proces van gentrificatie: de nieuwkomers zien de oude bewoners niet en missen vaak hun
infrastructuur. En de oude bewoners voelen zich niet gezien en gekend.

In dat opzicht kan deze tijd wel een Amos gebruiken- iemand die onverbloemd de waarheid zegt.
Vooral tegen hen die aan de macht zijn en vaak denken dat de welvaart alleen aan hen te danken is
en dat ze er recht op hebben.

In het oude Tetterode-gebouw aan de Da Costakade in Amsterdam—West huist de bijstandsbond.
Sinds jaar en dag staat de bijstandsbond uitkeringsgerechtigden bij als ze een probleem hebben met
een overheidsinstantie, of het nu de gemeente, de Sociale Verzekeringsbank of het UWV is. Maar de
bijstandsbond mengt zich ook in het publieke debat. Ze klagen aan: het systeem en haar
vertegenwoordigers. Altijd op de bres voor mensen aan de onderkant van de samenleving, nooit
bang of onder de in‘druk van welk politiek bestuur dan ook. Dat doen ze in niet mis te verstane
woorden: ik moet eerlijk bekennen dat ik er regelmatig mee te maken heb. In hun ogen is mijn beleid
te hardvochtig tegenover uitkeringsgerechtigden, mijn strijd tegen de regering te slap. Het pluche
maakt mij week en ik heb slechts oog voor de belangen van mijn Sociale Dienst- niet voor de
belangen voor de mensen om wie het zou moeten gaan: zij die op zoek zijn njaar werk. De
Bijstandsbond sluit geen compromissen, willen niet horen dat de praktijk soms lastiger is dan het
papieren beleid en weigeren, in hun eigen woorden, zich te corrumperen door toe te treden tot
officiéle inspraakorganisaties. Het grootste compliment dat ze me gemaakt hebben, is dat er vandaag
de dag minder substantieel klachten zijn dan vroeger. Maar dan houdt het met vriendelijke woorden
ook wel snel op. Sterker nog, dat de SP nu in het stadsbestuur zit, is het levende bewijs van de
teloorgang van deze partij als bondgenoten in de sociale strijd verloren is gegaan.

Ik ben het oprecht met oneens op heel wat van deze punten en moet eerlijk bekennen datje er soms
moe van wordt. Het is niet goed of het deugt niet. Ik weet ook heel goed dat er heel wat
medewerkers van mijn Sociale Dienst zijn die er ook klaar mee zijn. Hun goede trouw wordt ter
discussie gesteld en het is per definitie verdacht wat ze doen. En hoewel ik dat laatste heel goed
begrijp, mogen we de waarde van dit soort geluiden van dit soort organisaties niet negeren. Zij
benoemden het risico van integriteitsschendingen bij Amstetdamse re-integratieplaatsen al voordat
er ééntje werd ontdekt. Ze zien dingen en mensen waar ambtenaren en wethouders wellicht blind
voor geworden zijn. Ze waarschuwen ons'voor ontwikkelingen die de ongelijkheid vergroten en ze
wijzen ons steeds weer op de hiérarchie die er is tussen een individuele burger en een
overheidsapparaat.

De bijstandsbond en haar soortgenoten zoals de daklozenvakbond, het straatpastoraat, of de
straatjurist: het zijn vaak gemarginaliseerde organisaties in onze stad. Meewarig aangekeken door de
grote professionele instellingen die kind aan huis zijn bij de gemeente en voor wie de samenwerking
met het stadsbestuur een deel van het bestaan is. En toch, of misschien wel. beter: juist daarom,
vervullen deze instellingen zo’n waardevolle rol in onze stad. Moderne profeten zijn het- die zich de
mond niet laten snoeien en blijven vertellen waar het mis gaat of dreigt te gaan. Want profeten zijn,
in de woorden van Nico ter Linden ’onruststokers’ bij wie het niet gaat ’om wat er uitkomt, maar om
wat aankomt.’

De profeet Amos leert ons dat het daarbij erop aankomt op te komen voor armen. Wie zich verliest
in de spirituele zaken van het leven, maar de armen niet ziet en geen recht doet, verliest het contact
met waarom het gaat in het leven, of zoals je wilt: om Wie het gaat.

Een mooi voorbeeld waar het één hand in hand gaat met het andere, is het inloophuis de Schakel in
de Staatsliedenbuurt. Dak- en thuislozen komen daar-samen met buurtbewoners en voorbijgangers
voor een kop koffie of een ontbijt. Ik ben blij o'at er vandaag voor hen gecollecteerd wordt.

Profeten van de armoede, zij wijzen mij als wethouder in deze stad, op de keerzijde van mijn beleid
en vertellen me dat ik moet waken voor zelfgenoegzaamheid. Ik kan ze daar uiteindelijk niet
dankbaar genoeg voor zijn.

 

 

 

 
 

.