Aan de Directie van de
Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam
Postbus 2200
1000 CE Amsterdam

Cc Ondernemingsraad

Amsterdam, 29-01-2008

Mevrouw/Mijnheer,

Graag zouden wij van u een antwoord vernemen op de volgende kwestie. Op 11 october 2007 schreef de wethouder Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam, mevrouw mr H.Y. Buyne, een brief aan de gemeenteraad over de verplichtingen van klanten van de Dienst Werk en Inkomen met een lichamelijke of geestelijke handicap. Deze brief is besproken in de commissie Werk en Inkomen van de gemeenteraad van 16 januari 2008. De brief was geschreven naar aanleiding van een artikel in Het Parool van 4 september 2007. Het betreft een interview met advocaat mr M. van Hoof, die samenwerkt met de Bijstandsbond.

In de brief van de wethouder komt de volgende zinsnede voor.

‘Tot slot, DWI heeft recentelijk nog een expertmeeting georganiseerd met GGD en vertegenwoordigers van de ambulante geestelijke gezondheidszorg om over dit onderwerp te praten. Daarbij valt op dat bij hulpverleners in het veld in toenemende mate begrip ontstaat voor het niet-vrijblijvende karakter van de relatie die klanten hebben met DWI. Denk daarbij aan de geïntegreerde aanpak voor daklozen en verslaafden. Uit bovenstaande blijkt dat er bij DWI voldoende aandacht is voor kwetsbare klanten, waaronder de klanten met een OGGZ-achtergrond. ‘.

U bent in onze ogen een gewaardeerde belangrijke instelling in de stad Amsterdam met een grote invloed op het beleid, waarbij aan uw deskundige, onafhankelijke mening, gebaseerd op onafhankelijke (medische) onderzoekingen een grote waarde wordt gehecht. In bovenstaand citaat gebruikt de wethouder dit als extra argument om haar standpunt kracht bij te zetten. De DWI overlegt met vertegenwoordigers van de GGD en uit de ambulante geestelijke gezondheidszorg en ‘daarbij valt op dat bij hulpverleners in het veld in toenemende mate begrip ontstaat voor het niet-vrijblijvende karakter van de relatie die klanten hebben met DWI’. Het feit, dat er overleg met u is betekent nog eens extra dat er volgens de wethouder bij DWI voldoende aandacht is voor kwetsbare klanten.

De Bijstandsbond heeft de publiciteit gezocht naar aanleiding van het feit, dat er het laatste half jaar steeds meer klanten van het DWI op het spreekuur komen met de klacht, dat ze volledig zijn afgekeurd en vrijgesteld van de sollicitatieplicht maar dat ze van de klantmanager van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) toch allerlei verplichtingen krijgen opgelegd op het gebied van sociale activering (vrijwilligerswerk met behoud van uitkering) of reintegratie-trajecten. Mensen die jarenlang volledig afgekeurd zijn geweest en die hun eigen weg hebben gezocht worden nu plotseling soms met voorbijzien aan de mogelijke geestelijke en lichamelijke beperkingen onder druk gezet vrijwilligerswerk te doen of een sociaal activeringstraject in te gaan. Het komt voor, dat wanneer de keuringsarts van mening was dat de klant ook niet belast kan worden met dergelijke verplichtingen de klantmager vaak meedeelt, dat hij of zij dit advies naast zich neerlegt en dat men toch een traject moet volgen. Maar ook de keuringen worden steeds strenger. Een klant van de DWI kreeg te horen van de keuringsarts: ‘ik zou je het liefst voor altijd volledig afkeuren, maar dat mag niet van de politiek’. Bij veel met name psychatrische patienten levert dit evenals de strenge controles op het gebied van huisbezoeken en dergelijke vaak slapeloze nachten en extra psychische problemen op. Sommige mensen geven aan, weer een terugval te krijgen en dat zij extra hulp moeten zoeken om de vaak stekelige gesprekken met de klantmanagers aan te kunnen. Huisartsen laten weten, de laatste tijd steeds meer mensen met deze problematiek op het spreekuur te krijgen.

Deze zaken werden aan de orde gesteld in een artikel in Het Parool van 4 september, waarbij werd aangegeven dat sommige mensen door een (psychiatrische) stoornis de verplichtingen die worden opgelegd in het kader van sociale activering niet aankunnen, en dat begeleiding van en zorg voor deze mensen moet gebeuren door daartoe opgeleide deskundigen en niet door reintegratiebedrijven, die vaak de kennis niet in huis hebben voor de begeleiding van deze zeer specifieke groep. Tevens werd erop gewezen, dat de gemeente de verplichtingen naar burgers toe gaat uitbreiden door de invoering van verplichte inburgeringscursussen zoals in de Baarsjes gebeurt. Onze kritiek was, dat je niet iedereen zonder aanzien des persoons kunt proberen de straat op te trekken en dat de medische situatie niet kan worden genegeerd, daar komen ongelukken van.
Dit geldt ook voor de verplichte inburgeringscursussen in de ‘prachtwijken’ van Ellen Vogelaar. De Bijstandsbond vreest een enorme toeloop van de zogenoemde hopeloze gevallen, die met psychisch geweld de straat worden opgesleurd. Wij vinden dat mensonterend.

De wethouder heeft naar aanleiding van vragen in de gemeenteraad gereageerd in een brief aan die raad gedateerd 11 october. Teneur van de brief: het valt allemaal wel mee, we wijken slechts in uitzonderlijke gevallen af van het keuringsadvies, we willen niemand aan de kant laten staan, dan laat je de mensen pas echt in de steek. Daarom worden we steeds strenger, het denken over reintegratieverplichtingen van uitkeringsgerechtigden is aan het veranderen. ‘ Er is een politieke en maatschappelijke wens om de effectiviteit van de uitstroom naar werk fors te verhogen’.
De wethouder geeft in haar brief vervolgens echter aan, dat adviezen van keuringsartsen bijna altijd worden opgevolgd.

Onze ervaring is anders. Wij vinden dat de wethouder de gemeenteraad verkeerd heeft voorgelicht. Wanneer beroep wordt aangetekend tegen de beslissing om in gevallen, waar de keuringsarts adviseert geen verplichtingen op te leggen, toch sociale activeringsverplichtingen worden opgelegd stelt men in bezwaar dat het standaardbeleid is dat mensen in principe niet worden vrijgesteld van die verplichtingen. Slechts in uitzonderingsgevallen kan daarvan worden afgeweken. Het is dus precies andersom als de wethouder zegt. In beslissingen op bezwaar wordt altijd naar dit algemene beleid verwezen. Wij hebben een hele rij voorbeelden van casussen waarin mensen niet worden vrijgesteld ondanks het advies van de keuringsarts.

Citaten uit de werkvoorschriften 7.1.3:
‘In Amsterdam is er voor gekozen om met name ontheffing te verlenen van de actieve sollicitatieplicht. Van de verplichting om mee te werken aan aangeboden voorzieningen of aan een gesprek over of een onderzoek naar reïntegratiemogelijkheden wordt in beginsel geen ontheffing verleend. Wel moet bij het aanbieden van een voorziening rekening worden gehouden met de actuele mogelijkheden en belemmeringen van de klant.’.
In de discussie heeft de wethouder in haar brief de goodwill van uw organisatie gebruikt om haar standpunten te verdedigen met betrekking tot bepaalde zeer strenge maatregelen jegens klanten van het DWI. Daarmee zijn uw standpunten in dezen voorwerp geworden van politiek debat. Wij zouden het op prijs stellen, als u uw standpunt in deze kwestie nader zou willen verduidelijken, want uit bovenstaand citaat blijkt niet, wat nu precies uw standpunt werkelijk is.

Daarom leggen wij u de volgende vragen voor.

· Bent u vanuit medisch oogpunt bezien van mening dat therapien of begeleiding naar sociale activering (vrijwilligerswerk) of andere vormen van activering gepaard moeten gaan met druk vanuit de klantmanager van de Dienst Werk en Inkomen, waarbij die de bevoegdheid heeft zonodig de uitkering van betrokkene te beeindigen of een maatregel in de vorm van een korting op de uitkering op te leggen. En dat deze druk de (medische) effectiviteit van de therapien bevordert.
· Bent u van mening dat klantmanagers van de Dienst Werk en Inkomen moeten kunnen afwijken van het advies van de keuringsarts, de psycholoog en de arbeidsdeskundige.
· Wat is uw opvatting over de begeleiding van arbeidsongeschikten. Kan dit gebeuren door reintegratiebedrijven waar geen expertise bestaat op sociaal-psychiatrisch gebied en alleen mensen werken die deskundig zijn op het gebied van arbeidsbemiddeling.
· Wat is meer in zijn algemeenheid uw mening over het steeds strenger wordende beleid van de Dienst Werk en Inkomen jegens arbeidsongeschikten en hebt u of hebben uw medewerkers hier ervaringen mee.

In de hoop iets van u te horen,

Hooachtend,

P. van der Lende
Voorzitter Bijstandsbond