'Laat patiënt met uitkering met rust'

TON DAMEN

De gemeente Amsterdam eist steeds vaker dat mensen inburgeren en re-integreren. Dat is een ramp voor psychiatrische patiënten met een bijstandsuitkering, zegt advocaat Marc van Hoof van de Bijstandsbond.

Laat niemand aan de kant staan. En: iedereen weer de straat op! Dat zijn de motto's van de Dienst Werk en Inkomen (DWI), de voormalige sociale dienst. Mensen met een uitkering kunnen worden opgeroepen voor werk of vrijwilligerswerk. Als klap op de vuurpijl wil Amsterdam, na een geslaagde proef in De Baarsjes, binnenkort ook burgers voor verplichte cursussen oproepen.

Mensen met een ernstige psychische stoornis kunnen dat volgens de Bijstandsbond niet aan, maar Amsterdam weigert water bij de wijn te doen.

Advocaat Marc van Hoof voorspelt onmenselijke toestanden. "We hebben het dan over mensen met ernstige psychische stoornissen, die door elke verplichting volkomen van slag raken. En dat gebeurt zeker als zij zonder pardon uit hun huis worden gesleurd."

Amsterdam is van plan deze mensen conversatie-, schilder- en kookcursussen te laten volgen. Als voorbeeld gelden de verplichte inburgeringscursussen in De Baarsjes en de projecten met verplicht koffiedrinken in de Chassébuurt. Wie niet komt opdagen loopt het risico zijn uitkering te verliezen.

Het doel is allochtone en autochtone Amsterdammers die zich isoleren, 'te reactiveren', maar de Bijstandsbond denkt dat daar ongelukken van zullen komen. Van Hoof: "De dupe zijn mensen die dit écht niet aankunnen. Je kunt niet iedereen de straat op trekken."

Bij de verplichte inburgering wordt volgens Van Hoof de medische situatie van patiënten genegeerd. Van Hoof: "We hebben het niet over werkweigeraars of simulanten. Nee, dit zijn mensen van wie keuringsartsen hebben vastgesteld dat zij niet geschikt zijn voor werk, vrijwilligerswerk of welke verplichting dan ook. Ze raken van de kook als die ze toch wordt opgelegd."

"Zij zijn ze ook niet opgewassen tegen ambtelijke molens. Mensen die brieven niet openmaken, omdat ze daar bang voor zijn, hebben een probleem."

"Het gaat om mensen die erg in de war zijn en die het moeilijk vinden hulp te zoeken. En voor zichzelf kunnen ze al helemaal niet opkomen," aldus Van Hoof. "Voor sommigen van hen doe ik alle officiële correspondentie."

Van Hoof treedt op namens enkele tientallen DWI-cliënten van wie een keuringsarts heeft vastgesteld dat zij niet te reactiveren zijn. Zij zullen nooit meer aan de maatschappij deelnemen, maar hebben alleen goede zorg nodig.

Als dat advies van keuringsartsen niet ter harte wordt genomen, kan dat er volgens Van Hoof toe leiden dat deze patiënten geestelijk lijden, met soms zelfmoord als uiterste consequentie. Van Hoof: "Volgens het Europees verdrag voor de rechten van de mens heeft iedereen recht op een menselijke behandeling."

Sinds de reorganisaties bij de sociale dienst, die is opgegaan in de DWI, trekt Amsterdam zich volgens Van Hoof steeds minder aan van keuringsrapporten. "De keuringsarts wordt genegeerd."

Van Hoof maakt geregeld mee hoe de DWI aan zijn cliënten trekt. "De DWI was de oude dossiers van de sociale dienst kwijt; dus zeiden ze dat patiënten gewoon konden werken."

Daarna kwam de DWI met 'de passieve sollicitatieplicht', wat betekent dat klanten geen werk hoeven te zoeken, maar wel aangeboden werk moeten accepteren, ook vrijwilligerswerk.

Ten slotte introduceerden 'de klantmanagers' van de DWI volgens Van Hoof in sommige wijken zware 're-integratietrajecten'. Hij heeft daartegen geprocedeerd. Vier van zijn cliënten zijn inmiddels vrijgesteld van alle verplichtingen vanwege hun psychische problemen. Voor nog eens vijftien cliënten zijn procedures gaande.

Maar nu wordt Van Hoof geconfronteerd met de verplichte re-integratie- en inburgeringscursussen, in eerste instantie in 'de prachtwijken' van minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie en later mogelijk in de gehele stad. Van Hoof: "Dat lijkt een stap terug. Ik verwacht dat wij een enorme toeloop zullen krijgen van de zogeheten hopeloze gevallen, die met geweld de straat op zijn gesleurd. Ik vind dat mensonterend."

Dit artikel verscheen in Het Parool van dinsdag 4 september 2007