'Geen geblabla voor mij'

Peer de Wit (60) woont in de binnenstad en is beeldend kunstenaar en graficus en oud-prijswinnaar van de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam. Hij acht zichzelf een voorbeeld van 'de vruchteloze pogingen' van de DWI om mensen met een psychische stoornis te reactiveren.
"Mijn hele leven ben ik mij ervan bewust dat ik niet goed functioneer. Ik heb niet één school afgemaakt. Als ik als kind iets moest doen, begon ik al te steigeren. Snel kwam ik erachter dat de maatschappij te rot in elkaar zit om eraan deel te willen nemen. Ik ben nooit manisch geweest, maar wel depressief."
"Uiteindelijk kwam ik op de Rijksakademie van beeldende kunsten Amsterdam terecht, waar ik meteen een aanmoedigingsprijs won. Je hoefde geen vooropleiding te hebben; als je maar werk liet zien'
"Toen wilden zij meer van me weten en moest ik aan een cv werken. Maar dat wilde ik niet. Mensen moeten mijn werk kopen omdat ze het mooi vinden, punt! , Waarom zou ik zo'n lulverhaal ophangen en aan het geblabla meedoen? Ik keerde daarop de kunst-kliek de rug toe en werd sloper: lekker dingen stukmaken."
"Intussen was ik via een oude en een nieuwe relatie in aanraking gekomen met mensen die zelfmoord wilden plegen. Enkelen voegden de daad bij het woord. Ikzelf heb ook altijd met die gedachte gespeeld."
"Mijn echtgenote liep al bij een kliniek in Halsteren, waar men ook mij naar psychische zorg heeft geleid."
"Het waren jaren waarin ik voor niets of niemand opzij ging. Heel boos kon ik worden. Mensen waren snel bang voor me. Ik zocht stelselmatig ruzie, bijvoorbeeld met drugsdealers. De politie moest erbij komen. Er zijn wel pistolen op mijn hoofd gezet. Ik dacht altijd: ruim jij mij maar uit de weg, dan hoef ik het zelf niet te doen. Verkapte zelfmoord."
"Via de BKR kwam ik in de Wet werk en inkomen kunstenaars terecht en ben ik in handen van de sociale dienst, nu DWI, gevallen. Die vindt me geen kunstenaar meer en maakt mij het leven zuur met bureaucratische rompslomp. Het doel is duidelijk de DWI zo'n afschuwelijke uitstraling te geven dat je liever het raam uitspringt dan dat je een uitkering accepteert."

"Door mijn depressies ben ik lichamelijk zwak geworden. Ik heb in 2001 een hartinfarct gehad en zes weken daarna een na-infarct. Mij mankeert van alles en ik slik vijftien pillen per dag. Verder ben ik moe, omdat ik vooral 's nachts leef, omdat het dan stiller is. Ik ga nooit voor vijf uur in de ochtend naar bed. Ik kan ook niet goed meer lopen. Ik lijd aan ischias, mijn nek zit vast en ik heb een steeds terugkerende slijmbeursontsteking."
"Dat de DWI mij heeft opgeroepen voor resocialiseringsgesprekken, is te dol voor woorden. Voor de middag ben ik sowieso tot niets in staat."
"Ik hoef ook niet sociaal in te burgeren. Ik heb genoeg contacten; ik haal boodschappen voor twee bejaarde mannen en ik heb een vriendin."
"Ik wil best aan het werk in mijn eigen vak, maar dat blokkeert de DWI weer. Alle inkomsten moet ik, inclusief materiaalkosten, opgeven aan de DWI, die dan bijna het gehele bedrag op mijn uitkering inhoudt. Zo wordt mijn vak een dure en onbetaalbare hobby."
"Dat opgeven van inkomsten leidt tot papieren rompslomp, stopzetting van je uitkering, waarschuwingsbrieven; het wordt je ondergang. Feitelijk heb ik een beroeps-verbod gekregen."
"De DWI zegt van alle klanten een inspanning te vragen. Terecht. Maar accepteer dan dat ik gratis exposeer in tehuizen. Ik ga niet verplicht koffiedrinken."