| Bijdrage
voor de rubriek Forum van de Volkskrant geschreven door Alida van der Veen
July 21, 2008
Aboutaleb verdedigt horigheid
Het kabinet wil langdurig werklozen tewerkstellen zonder
loon. Dat druist volgens Alida van der Veen in tegen allerlei grondrechten
Vorige week heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen dat gemeenten
beleidsvrijheid geeft om werklozen langdurig tewerk te stellen met behoud
van uitkering. Dit heet de 'terugkeerbaan', en is van toepassing op werklozen
met een WWB(wet werk en bijstand)-uitkering aan wie grote afstand tot
de arbeidsmarkt wordt toegeschreven, en op oudere gedeeltelijk arbeidsongeschikten
met een zogeheten IOAW- of IOAZ-uitkering.
Zij mogen voortaan twee jaar onbeloond tewerk worden gesteld in dienst
van de gemeenschap, dan wel gratis worden uitgeleend aan andere burgers
en bedrijven in wat het kabinet 'additionele' arbeid noemt. Deze periode
kan tot vier jaar worden verlengd.
Met de term 'additioneel' wordt de schijn opgehouden dat werk van een
dermate laag inspanningsniveau wordt geschapen, dat van een werkgever
of gemeente niet kan worden gevergd hier loon voor te betalen. De werklozen
krijgen geen arbeidsovereenkomst en hebben dus een schimmige rechtspositie.
De Tweede Kamer heeft dit wetsvoorstel in 2006 aangenomen. De PvdA had
toen kritiek (vanuit de oppositie) en stemde tegen, evenals de ChristenUnie.
Inmiddels zijn beide partijen gedraaid; in de Eerste Kamer stemden ze
zelfs voor zonder het plenaire debat bij te wonen. Staatssecretaris Aboutaleb
verdedigde het voorstel en vroeg de senaat erop te vertrouwen dat de negatieve
effecten kunnen worden weggenomen met een nieuw, nog bij de Tweede Kamer
in te dienen wetsontwerp Stimulering Arbeidsparticipatie (STAP), dat voor
advies bij de Raad van State ligt. Ook WW'ers kunnen dan onder dit gemeentelijke
tewerkstellingsbeleid vallen.
Deze STAP vloeit voort uit afspraken van de coalitiepartners om de arbeidsparticipatie
te vergroten.
Door van 'additionele' arbeid te spreken, probeert het kabinet een veroordeling
vanuit Brussel voor te zijn, dat de maatregel concurrentievervalsend werkt.
Het werk in een terugkeerbaan zou immers ook als subsidie in natura kunnen
worden opgevat. Bovendien krijgen werkgevers premies als ze iemand in
een terugkeerbaan voor zich laten werken. De regering stelt het zo voor
dat de gratis arbeidskracht alleen maar moeite en kosten voor de ondernemer
meebrengt. Ook moeten rechters er door deze aanpak van worden overtuigd
dat er geen sprake is van arbeidsovereenkomsten.
De PvdA sprak in 2006 van 'afknapbanen', die de betrokkenen na hun tewerkstelling
doen terugvallen in de uitkering. Nu noemt partijprominent Aboutaleb het
een 'langetermijntraject tot reïntegratie van kansarme werkzoekenden'.
Volgens hem zou het goed zijn 'te leren om om zes uur op te staan en naar
de bushalte te gaan met een boterhamzakje onder je arm'. Maar hij benadrukt
dat het niet de bedoeling is deze mensen vanuit de gemeenten een contract
aan te bieden. Gemeenten moeten na twee jaar weer van hen af kunnen. Hoe
oprecht is het kabinet dan nog in de pretentie, dat een 'terugkeerbaan'
tot regulier werk leidt? Niet bij de overheid! In Aboutalebs woorden gaat
het bovendien om meer 'handjes' in het productiewerk, de stadsreiniging
en in de zorg. Dus om reële arbeid.
Het voorstel geeft bevoegdheden aan gemeenten die fors ingrijpen in burgerlijke
en sociale grondrechten. Denk aan het verbod op horigheid, op dwangarbeid,
op het opleggen van andere verplichte arbeid, denk aan het recht op vrije
arbeidskeuze, minimumloon en gelijke behandeling.
In dit verband zijn artikel 4 en 14 van het Europees mensenrechtenverdrag
relevant, maar ook verdrag 105 van de Internationale Arbeidsorganisatie
over de afschaffing van gedwongen arbeid. Dat verbiedt verplichte arbeid,
met name wanneer die arbeidsdisciplinering tot doel heeft, of leidt tot
discriminatie naar sociale groep. Dat gebeurt hier. De ene mens wordt
gratis aan de ander ter beschikking gesteld om zonder loon voor hem te
werken, terwijl degene voor wie gewerkt wordt premies krijgt. Een nieuwe
vorm van horigheid.
Werkzoekenden worden naar de mate van hun bemiddelbaarheid door de overheid
geplaatst op een glijdende schaal van afnemend burgerschap. Hun recht
op eigendom wordt geschonden, omdat de vruchten van eigen arbeid hun onthouden
worden. In het nieuwe recht kunnen alleen burgers die over een arbeidscontract
beschikken, of maximaal een jaar werkloos zijn, het recht doen gelden
op vrije arbeidskeuze, vrije en collectieve loononderhandeling, minimumloon,
toepassing van cao's en medezeggenschap over hun arbeid.
Als hulp bieden daadwerkelijk het belangrijkste doel is van deze wet,
dan moet in de STAP worden verankerd dat het hier gaat om een aanspraak
van de betrokken uitkeringsgerechtigde op een voorziening, een recht,
dat hij of zij alleen vrijwillig kan doen gelden. Geef de uitkeringsgerechtigde
ook zeggenschap over de keuze van de werkgever en de aard van het werk.
En wat is er mis met andere oplossingen, zoals een 32-urige werkweek of
quota voor het aannemen van langdurig werklozen?
Nu leidt dit wetsvoorstel enkel tot uitbuiting, vernedering en misbruik
van afhankelijkheid, verpakt in sociaalwerkersjargon.
|