| Ruud Koopmans laat zich in de luren leggen In de NRC van woensdag 19 november staat een lang artikel van de socioloog Ruud Koopmans, die betoogt dat Nederland nog steeds een land is waar multiculturalisme hoog in het vaandel staat en dat de natie helemaal niet een bang, nationalistisch landje is geworden dat allochtonen tot assimilatie dwingt. Nederland staat hoog op de score van de ‘MIPEX-index’, dat de mate van rechtsgelijkheid van burgers aangeeft in verschillende landen. Nederland zou nog steeds een tolerant land zijn, waar hoofddoekjes mogen en bij de overheid een voorkeursbeleid wordt gevoerd. Koopmans laat zich echter verblinden door de uiterlijke schijn van de polderende bestuurders in het Nederlandse overlegmodel, waarbij de schijn wordt gewekt dat iedereen mag meepraten en soms ook meebeslissen en dat –ondanks de populistische retoriek- iedere burger zo gelijkwaardig mogelijk wordt behandeld. In werkelijkheid heeft Nederland zich sinds het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw op justitieel terrein ontwikkeld tot een van de meest harde staten van West-Europa bij het bestrijden van gedrag, dat niet aan van te voren gedefinieerde algemene principes voldoet zoals die wellicht voor een meerderheid van de bevolking gelden. Dit geldt niet alleen voor migranten, maar ook voor werklozen, bijstandsgerechtigden, psychatrische patiënten, gehandicapten etc. In 2007 publiceerden de criminologen M. Boone en M. Moerings een onderzoek naar de ontwikkeling van het detentiesysteem in Nederland in ‘Justitiele verkenningen’, een uitgave van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum (WODC). In de stortvloed van empirische gegevens die zij naar voren brachten blijkt dat de gevangenisbevolking in Nederland sinds 1985 is verviervoudigd, terwijl uit de slachtofferstatistieken niet blijkt dat de criminaliteit is toegenomen. Met een gedetineerdenratio van 123 per 100.000 inwoners behoort Nederland tot de strengste landen van Europa. Daarbij is er sprake van zeer disproportionele grote aantallen vreemdelingen en etnische minderheden in de Nederlandse gevangenissen. Zij noemen daarvoor verschillende redenen. Ten eerste de sociaal-economische positie van de vier belangrijkste etnische minderheidsgroepen, ten tweede zijn er aanwijzingen voor een zekere selectiviteit in de strafrechtspleging, maar zij wijzen ook op het feit dat de meeste organisaties binnen de strafrechtspleging hun methoden van werken nog nauwelijks hebben aangepast aan de afwijkende behoeften van etnische minderheidsgroepen, ondanks hun oververtegenwoordiging. Niet alleen de groei van het aantal vreemdelingen en etnische minderheden in detentie laat zien dat Nederland intoleranter en onverschilliger is komen te staan ten opzichte van minderheden en bevolkingsgroepen met afwijkend gedrag. Hetzelfde beeld komt naar voren uit de groei van het aantal tbs-gestelden en jeugdigen die op civielrechtelijke basis worden gedetineerd. Het aantal gedetineerden dat zonder enige vorm van proces wordt vastgezet (de civielrechtelijk gedetineerden) groeit explosief. Deze toename van deze categorieën gedetineerden, kan ten minste deels worden verklaard door het tekortschieten van hulpverlening in een eerder stadium van de problematiek. Boone en Moerings zijn duidelijk. De conclusie moet volgens hen zijn dat Nederland van een land dat bekend stond om zijn tolerantie ten opzichte van afwijkend gedrag, verworden is tot een land dat zijn problemen met minderheidsgroepen en probleemgroepen oplost door hen op te sluiten. Dit kan worden aangevuld met het beleid dat in Nederland de afgelopen 15 jaar is gevoerd op het gebied van de sociale zekerheid en de toeleiding van werklozen naar de arbeidsmarkt. Momenteel worden grote aantallen bijstandsgerechtigden en mensen met een WW of arbeidsongeschiktheidsuitkering gedwongen tewerk gesteld in zogenaamde ‘Work First’ projecten, ook hoger opgeleiden, die met de hand zinloos eenvoudig inpak en productiewerk moeten doen dat sneller door machines kan worden gedaan. De nieuwe vorm van werkverschaffing. Wie niet meedoet, krijgt geen uitkering. Werkelijke oplossingen voor de grote werkloosheid onder allochtonen worden niet ontwikkeld. Praten over maatschappelijke oorzaken voor maatschappelijke problemen is niet alleen taboe geworden bij de rechts-populistische politici, maar ook bij het politieke midden. Men beperkt zich tot een strikt individuele benadering van afwijkend gedrag, waarbij de betrokkenen schuldig worden verklaard en waarbij alleen sleutelen aan dat individueel gedrag op basis van steeds strengere controle en strafmaatregelen een oplossing kan bieden voor maatschappelijke problemen. Het offensief over de ‘Nederlandse’ waarden is daarbij het sluitstuk van het beleid. Deze eenzijdige benadering is ver doorgedrongen in de uitvoerende organen van de overheid, niet alleen op justitieel gebied, maar ook in de sociale zekerheid, op welzijnsgebied, in de opzet van de hulpverlening en in de arbeidsmarktpolitiek. Koopmans zegt dat ‘tientallen internationale experts’ hebben geconcludeerd dat Nederland nog steeds een tolerant land is. Het lijkt me dat ze hun onderzoek nog maar eens over moeten doen. Piet van der Lende |