Wat heeft de klankbordgroep gedaan?
Er blijkt bij dit onderzoek sprake te zijn van een ‘klankbordgroep’
waarin vertegenwoordigers van clientenraden zaten. Ik heb me afgevraagd
wat die daar eigenlijk gedaan hadden en of ze niet zaten te slapen.
Hierop is in de MUG van januari 2008 gereageerd door Rju Goetnis en Jacques
de Vries
(Bestuurs) lid, Provinciaal Overleg Cliëntenraden in de sociale zekerheid
Frieslan, die in de klankbord groep zaten en die zich in de wiek geschoten
voelen. Ik reageer op opmerkingen aan mijn adres. Zij menen te weten dat
‘indicatief’ geen vage term is, die misverstanden oproept.
‘Wat is indicatief?’zeggen zij, ‘nou gewoon dat wat
er staat. Het geeft een goede indruk (indicatie) over wat er in de doelgroep
leeft op dit gebied. En het klopt trouwens ook met wat ik zelf in de praktijk
hoor en zie’. Deze definitie roept nog meer misverstanden op. Aan
de ene kant klopt het, het onderzoek geeft een goede indruk in de zin
van: de verschillende argumenten die gebruikt worden. Maar aan de andere
kant het is geen representatief kwantitatief onderzoek. Dus je weet niet,
hoeveel procent van de bijstandsgerechtigden bepaalde argumenten wel of
niet gebruiken. Wat wordt nu met de definitie bedoeld?
Dat ik mij afvroeg of de klankbord groep zat te slapen kwam voort uit
vragen over wat de klankbordgroep gedaan heeft om weerwerk te bieden.
In de reactie staat: we gaven advies, lang niet alle adviezen zijn overgenomen,
we wilden de onderzoekers voor fouten behoeden en met het persbericht
van het ministerie hebben we geen bemoeienis gehad. Intrigerende vraag:
als ‘lang niet alle’ adviesen zijn overgenomen, wat betekent
dit dan voor jullie beoordeling van het onderzoek, welke adviezen zijn
niet overgenomen, en hebben jullie dit openbaar gemaakt en gecommuniceerd
naar de buitenwereld, bijvoorbeeld naar organisaties van uitkeringsgerechigden
en kamerleden, en wat hebben jullie in de openbaarheid gedaan om het persbericht
van het ministerie te weerspreken, waarmee je het zelf niet eens bent,
zodat andere betrokkenen argumenten in handen hebben om het onderzoek
te beoordelen? Je kunt je er niet van afmaken door te zeggen dat je er
geen bemoeienis mee hebt gehad. Als je geen weerwerk biedt, legitimeer
je in feite de manier waarop staatssecretaris Aboutaleb er nu mee aan
de haal gaat. ‘Er is een klankbordgroep geraadpleegd’.
Misschien denkt de lezer: wat een gezeur, laat het zo, laten we verder
gaan met andere dingen. Maar dit voorjaar wordt de WWB in de Tweede Kamer
geevalueerd, en dan komt de staatssecretaris ongetwijfeld weer met zijn
interpretatie van dit onderzoek van november op de proppen. Dat mag niet
onweersproken blijven.
Piet van der Lende
|