Schoonmakers vechten voor een betere toekomst

In het najaar van 2007 en de winter van 2007/2008 zijn honderden schoonmakers in Nederland opkomen voor hun rechten, voor betere leef- en werkomstandigheden. De schoonmakers maakten zich sterk voor een beter loon, voor respect, de mogelijkheid voltijd te kunnen werken en het recht zich te kunnen organiseren zonder intimidatie of repressie. Schoonmakers - veel van hen migranten - worden ingehuurd door schoonmaakbedrijven die grote multinationale ondernemingen en overheidsinstanties als klant hebben.
De schoonmaakbedrijven zijn onderling verwikkeld in een harde concurrentiestrijd, waardoor werkomstandigheden in een spiraal naar beneden beland zijn. Het is tijd om deze ontwikkeling een halt toe te roepen, genoeg is genoeg!

Onlangs is schoonmaakbedrijf Elegance in het nieuws geweest, waarnaar de Arbeidsinspectie een onderzoek gaat instellen. Dit schoonmaak bedrijf werkt oa met het Tulip hotel. De werknemers zouden niet het minimumloon uitbetaald krijgen en pas op het minimum uitkomen op basis van stukloon als ze een minimaal aantal kamers schoongemaakt hebben. Dit geval staat niet op zichzelf.
Er zijn in samenwerking met FNV Bondgenoten honderden schoonmakers bezig met de strijd voor verbetering van hun werkomstandigheden en voorwaarden. Daarbij is steun vanuit de samenleving onontbeerlijk. De situatie in de schoonmaakbranche. Er zijn in Nederland ongeveer 150.000 schoonmakers, verdeeld over 4000 bedrijven. 80% is vrouw, en 90% allochtoon. Voor een deel van het personeel is het een korte stop naar ander werk, maar dat mensen permanent in deze sector werken komt meer voor. Het bruto uurloon was 8,90 euro. Als gevolg daarvan verdienden veel werknemers niet genoeg met 1 baan. Ze hebben er dan 2, twee banen in de schoonmaak komt veel voor. De mensen maken dan werkweken van meer dan 40 uur. Er mogen dan 4000 schoonmaakbedrijven zijn, er zijn maar een paar grote. Dat zijn ISS, CSU, Asito, Gom en Hago. De brutowinst van ISS was in 2007 of 2006 28 miljoen euro, en er werken 21.000 werknemers.
De werkwijze van veel ondernemingen die met schoonmaakbedrijven in zee gaan., zoals de Nederlandse Spoorwegen, de grootste opdrachtgever in Nederland, en de ABN is dat ze zoveel mogelijk van de werkzaamheden in de dienstensector willen uitbesteden. Ze nemen dan de goedkoopste. Daarbij worden contracten afgesloten voor een jaar of een paar jaar en dan nemen ze weer een ander, die nog goedkoper is. Daardoor krijgen de werknemers ook met de contractwisselingen te maken. Eerst doen ze het hetzelfde werk voor bijvoorbeeld ISS en dan voor Asito. Omdat er steeds goedkoper gewerkt moet worden gaat dit ten koste van de arbeidsvoorwaarden en omstandigheden van de schoonmakers. De bezuinigingen worden op hen afgewenteld. De werkdruk wordt steeds hoger. Naast deze hoge werkdruk is een steeds terugkerende klacht het gebrek aan respect voor de schoonmakers en het werk wat ze doen. Voorbeeld is van een schoonmaakster, die haar chef om een schone WC borstel vroeg. Die wees dat af met de woorden: ‘als ik je een nieuwe geef, is die ook zo weer versleten, dus dat heeft geen zin’. Groot probleem is ook het structureel te laat of te weinig uitbetalen van het loon.

De schoonmakers accepteerden dat niet langer, ze eisten bij de CAO-onderhandelingen 10 euro bruto. Voor deze eis zijn de werkgevers uiteindelijk door de bocht gegaan. Daarnaast streeft men naar een lagere werkdruk en het recht om je te organiseren. FNV Bondgenoten heeft een nieuwe manier ontwikkeld om de schoonmakers te organiseren, de organizing campagne, die is komen over waaien uit Amerika. Slechts 7% van de schoonmakers is lid van de FNV. De vakbond kan zich niet meer opstellen als een dienstverlener in een bureaucratische organisatie, die bij de telefoon zit te wachten tot er iemand belt of langskomt, we zullen naar de mensen toe moeten om met hen te praten. Dekker, die zelf sinds kort organizer is, zoekt de hele dag schoonmakers op. Hij gaat naar kantines, naar Schiphol, in Utrecht en in de Uithof, Maastricht, Den Haag. De organizers proberen netwerken op te bouwen en als een schoonmaker een probleem heeft maakt men een petitie die onder collega’s verspreid wordt en dan wordt die aangeboden aan de werkgever.
Het behoort tot de uitgangspunten van de organizers dat ze nooit iets voor de mensen doen wat ze zelf kunnen doen.
De schoonmaakcampagne is begonnen door bedrijven die schoonmaakbedrijven inhuren een brief te sturen met de vraag, of de eisen van de schoonmakers op betere arbeidsvoorwaarden ondersteund worden. Daarna zijn delegaties van schoonmakers en maatschappelijke activisten naar verschillende opdrachtgevers geweest, oa ABN/AMRO en ING, om een verklaring aan te bieden. Daarna werden de acties harder. Boze schoonmakers hebben het ING kantoor bestormd. Er was een actie op Schiphol en op het Centraal Station van Utrecht is de gouden drol uitgedeeld aan de NS, als grootste opdrachtgever van schoonmaakbedrijven.

De schoonmakers staan symbool voor veel mensen in veel branches die onder flexibele contracten moeten werken in de dienstensector met slechte arbeidsvoorwaarden. Een heleboel dingen komen samen bij de schoonmakers. Overal doen zich dezelfde problemen voor. Gebrek aan respect voor het personeel, uitbesteding, flexwerk, het integratiedebat, de armoede waarin de mensen leven. Dit zijn elementen die in andere sectoren ook tot uiting komen. De schoonmakers zijn symbool voor de neo-liberale arbeidsmarkt. Zonder brede steun vanuit de maatschappij kunnen de schoonmakers het gevecht echter niet winnen, dan is het een strijd van David tegen Goliath. De vraag komt dan naar voren, wat organisaties uit de samenleving gezamenlijk zouden kunnen doen.
1. We zouden de gemeente kunnen proberen te beinvloeden dat ze duurzaam moet uitbesteden.
2. We zouden net als in Londen is gebeurd een handvest met basiseisen voor de aanbesteding kunnen maken, een handvest voor een leefbaar loon.
3. Er is ook een internetsite ‘een betere toekomst.org’. Daar zouden we reclame voor kunnen maken
4. We kunnen met zoveel mogelijk mensen naar de bijeenkomsten gaan die in het hele land worden gehouden

De Organise! campagne bouwt aan een sterkere zelforganisatie van schoonmakers, om macht terug te nemen en een betere CAO af te dwingen. De schoonmakers hebben daarvoor de steun nodig van een breed, informeel netwerk van sympathiserende mensen en organisaties:
buurt- en migrantengemeenschappen, politieke activisten, studenten en religieuze leiders en anderen, om zo gezamenlijk druk te kunnen zetten op de schoonmaakbedrijven en hun klanten.