Enkele overwegingen voor gesprekken met uitkeringsinstanties en reintegratiebedrijven


Veel werklozen krijgen na verloop van tijd een oproep van de Sociale Dienst, CWI of reïntegratiebedrijf om te praten over mogelijkheden, betaald werk te vinden. Soms zit men dan met de handen in het haar. Aan de oproep kan al een gesprek vooraf zijn gegaan met de Sociale Dienst, waarbij de klant een contract onder zijn of haar neus heeft gekregen, waarin staat dat men meewerkt aan een reïntegratie-traject naar de arbeidsmarkt en waarbij in zeer algemene zin de verplichtingen in dat kader nog eens worden opgesomd. Dit gebeurt althans in Amsterdam. Zo’n contract stelt eigenlijk niets voor, want het is alleen maar een bevestiging van verplichtingen die je op grond van de Wet Werk en Bijstand al had. Je verklaart je akkoord naar een specifiek reïntegratiebedrijf te gaan. Deze standaardcontracten worden in Amsterdam ingevoerd in het zogenaamde RAAK-systeem.
Het RAAK-systeem en de nulurencontracten

nul uren contracten

Enige tijd geleden heeft de Bijstandsbond berichten naar buiten gebracht over een vreemde gang van zaken met betrekking tot reintegratietrajecten die het DWI (Dienst Werk en Inkomen in Amsterdam) met klanten afspreekt. Kort gezegd kwamen wij tot de ontdekking, dat mensen die volledig waren afgekeurd, ook voor eventueel vrijwilligerswerk, toch een zogenaamd nuluren contract moesten tekenen waarin staat dat zij bepaalde activiteiten moeten verrichten, maar dat mondeling tegen hen werd gezegd dat ze met rust zouden worden gelaten en dat het tekenen van het contract verder geen consequenties had. Het bestaan van dergelijke contracten blijkt oa uit een antwoord op een bezwaarschrift. Ook staat in de werk-voorschriften, en dit wordt ook daadwerkelijk uitgevoerd, dat mensen die volledig zijn afgekeurd zich toch moeten inschrijven bij het CWI. Volgens formuleringen in de werkvoor-schriften in verband met ESF subsidies. Naar aanleiding van onze bevindingen hebben wij gesprekken gevoerd met de politiek en zijn er contacten geweest met functionarissen van het DWI. Daarbij kwam oa naar voren, dat de werkvoorschriften zullen worden aangepast. Enige tijd later hebben wij een persbericht uitgebracht waarin wij de zaken naar voren brach-ten. Hoewel wij verwacht hadden dat het in de publiciteit de nodige reacties zou opleveren hebben ook persoonlijke con-tacten met journalisten uiteindelijk slechts geleid tot een arti-kel in Het Parool. Journalisten die op onderzoek uitgingen kregen wat betreft de ESF subsidies te horen dat volgens ‘Brussel’ het sowieso toegestaan was, ESF gelden ook te ge-bruiken voor begeleiding van arbeidsongeschikten. De ESF regels zouden zich hier niet tegen verzetten. Een subtiel detail werd daarbij door de journalisten over het hoofd gezien, na-melijk dat de EU-landen zelf nadere voorwaarden voor ESF subsidies in eigen land moeten formuleren en dat op basis van voorwaarden die Nederland zelf had gesteld begeleiding van arbeidsongeschikten wel degelijk afgewezen werd. Naar aanleiding van Kamervragen van het Sp-Kamerlid Sadet Karabulut heeft minister Donner geantwoord, dat er niets aan de hand is. In de weken voorafgaande aan het antwoord op de Kamervragen hebben functionarissen van het agentschap ESF en een grote delegatie van het Ministerie van Sociale Zaken een bezoek gebracht aan de Dienst Werk en Inkomen en heb-ben zij de nodige controles uitgevoerd.
Inmiddels blijkt, dat het bij de nuluren contracten gaat om standaard uitdraaien van het zogenaamde RAAK-systeem. (Reintegratie Aktivering Afspraken en Klantmagement). In dit computersysteem zijn inmiddels alle klanten van het DWI ingevoerd. De bedoeling is dat op grond van een overeen-komst tussen de grote steden, de G4 in het westen, het RAAK-systeem ook in andere steden zal worden ingevoerd.
In het Raak systeem kunnen drie categorien klanten wordeningevoerd.
• Niet kunnen werken om wat voor reden dan ook
• Psychatrie
• Wel kunnnen werken De meeste klanten moeten een contract tekenen over de acti-viteiten. Het standaardcontract dat uit de computer rolt kent standaardformuleringen. Daarnaast wordt een doelstelling van het traject geformuleerd en een formulering opgesteld voor het ‘ Trajectplan’. In een van de formuleringen van een nulurencontract staat dat ‘ u zult zo spoedig mogelijk worden aangemeld bij een organisatie die met u de mogelijkheid ver-der zal beoordelen’ . Doelstelling: de huidige situatie laten zoals die nu is’. Deze persoon heeft te horen gekregen dat er verder niets zal gebeuren. In een tweede nulurencontract staat ook de standaardformulering ‘u zult zo spoedig mogelijk worden aangemeld bij een organisatie die met u de mogelijk-heden verder zal beoordelen’ . Er staat dan met de hand bijge-schreven: ‘ u bent reeds in behandeling bij Mentrum’. Dit staat dus niet in het RAAK-systeem. Van deze laatste klant staat vrij zeker vast, dat hij/zij verder met rust wordt gelaten. De klanten moeten het nulurencontract tekenen voor gezien. Maar in feite teken je voor akkoord. Je hebt immers gezien wat er in het contract staat en bij eventuele procedures zal de rechter zeggen: u hebt het gezien, hebt u geprotesteerd? En zo ja, waar blijkt dat dan uit? En als dat nergens uit blijkt zal de rechter zeggen: u wist het, en u kunt niet bewijzen dat u ge-protesteerd hebt, dus u tekende in feite voor akkoord.

voor gezien tekenen is voor akkoord tekenen

Voor gezien tekenen is vaak voor akkoord tekenen. Deze truuc wordt bij keuringsartsen ook wel toegepast. Je moet dan een papier tekenen, waarin de formulering staat klant gaat wel/ niet akkoord met de uitslag van de keuring. Vaak, ook als de klant het er niet mee eens is, wordt het vakje ‘gaat akkoord’ toch aangekruist door de keuringsarts. Deze stelt vervolgens dat je alleen maar even voor gezien moet tekenen, zodat hij administratief weer tegenover zijn opdrachtgevers kan verantwoorden dat de keuring daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Een kleine administratieve formaliteit, meer niet. De klant tekent vervolgens voor gezien. Maar juridisch gezien tekent hij voor akkoord. Overigens ben je volgens ons sowieso niet verplicht het rapport cq de conclusies van de keuringsarts te tekenen. Overigens komen wij de standaardforumulering ‘u zult zo spoedig mogelijk worden aangemeld bij een organisatie die met u de mogelijkheden verder zal beoordelen’ zeer vaak tegen, ook in situaties waarbij wij veronderstellen, dat er niets gaat gebeuren. Als er verder helemaal niets in het contract staat, kun je gewoon tekenen. Je bent wettelijk sowieso ver-plicht op oproepen te verschijnen waar je naartoe gestuurd wordt door het DWI om ‘die organisatie de gelegenheid te geven met u de mogelijkheden verder te beoordelen’. Overigens zijn er ook voorbeelden, waarbij een klant iets mag doen van de klantmanager wat niet opgenomen wordt in het RAAK-systeem. Voorbeeld van iemand die wij aan de telefoon hadden: een man mag een studie afmaken aan de universiteit van de klant-manager. Hij tekent een contract met de vermelding ‘u wordt aangemeld bij een organisatie die gaat uitzoeken wat er moet gebeuren’. Tegen de klant wordt gezegd: ‘u moet hier even tekenen, maar u hoeft verder niets te doen, u kunt uw cursus gewoon afmaken’. Sommige mensen komen dus in het RAAK systeem alsof er afspraken met ze zijn gemaakt over vervolgactiviteiten. Bij sommige mensen wordt dit uitgevoerd en bij anderen blijft het bij een lege huls. En de activiteiten die worden uitgevoerd zijn niet altijd in overeenstemming met wat er in het RAAK-systeem staat. Functionarissen van het DWI verzekeren ons dat de DWI niets aan deze contracten verdient. Er wordt niets gedeclareerd en niets als feitelijke reintegratietrajecten opgevoerd waarvoor geld wordt verkregen. Wel is enigszins onduidelijk hoe dit soort gegevens in de managementinformatie terechtkomen waarvan weer verslagen worden gemaakt en dat aan de politiek wordt geleverd. Het zou kunnen zijn, dat het sys-teem het niet mogelijk maakt dat er niet een traject met ie-mand wordt afgesproken. Iedereen moet immers op enigerlei wijze geactiveerd worden. Maar DWI medewerkers verzekeren ons, dat dit niet het geval is. Bij de reeks van vragen in het RAAK-systeem waarop antwoorden moeten worden ge-geven staat de vraag: hoeveel uren beschikbaar? Als je daar 0 invult spuugt het RAAK-systeem geen standaardcontract uit dat nader moet worden ingevuld.
Een klant kreeg ongeveer anderhalf jaar geleden het stan-daardcontract dat de Sociale Dienst Amsterdam hanteert on-der de neus geduwd. Hij werd doorgestuurd naar de Stichting Nieuwe Werkvormen Amsterdam, alwaar hij aan de slag ging. Met de begeleiding ging van alles mis, en na ongeveer een jaar was het traject afgelopen, zonder dat de betrokkene werk had gevonden. Daarna werd hij weer opgeroepen door de Sociale Dienst, die hem hetzelfde standaardcontract onder de neus duwde dat hij anderhalf jaar gelden ook al had gete-kend, en werd hij weer doorgestuurd naar een ander reïnte-gratie-traject. De cirkel was rond.

vragen voorafgaand aan een gesprek

De eerste vraag wanneer je naar een gesprek moet is: ze willen me misschien iets aanbieden, waarvan ik zeg: dat wil ik niet, of: ik wil graag dit of dat, maar hoe realiseer ik dat in het gesprek?
Allereerst moet worden opgemerkt, dat werklozen die een beetje een ambivalente houding aannemen ten opzichte van betaald werk (ik wil wel wat, maar ik weet niet wat, en ik wil sommige dingen wel , maar andere weer niet) en die de gesprekken niet voorbereiden, de grootste kans lopen terecht te komen in een traject waarvan ze achteraf zeggen: hoe kom ik er weer vanaf, terwijl deze mensen ook vaak te maken krijgen met strafkortingen ten gevolge van weigeringen opdrachten van de uitkeringsinstantie of het reintegratiebedrijf uit te voe-ren. Dit betekent natuurlijk niet dat je daarmee niet te maken kunt krijgen als je wel precies weet wat je wil. Maar mensen die zich afhankelijk van de functionaris van het reïntegratie-bedrijf of uitkeringsinstantie opstellen, een afwachtende hou-ding aannemen en steeds wachten op voorstellen van de ’andere kant’ lopen toch de grootste kans aan te lopen tegen een voorstel, waarvan ze denken: ’O jee, dat wil ik absoluut niet’. En dan sta je voor het blok. Het beste is om zelf met voorstellen te komen. We komen daar nog op terug. Ter voorbereiding van gesprekken kun je het beste bij jezelf nagaan, wat je graag zou willen, en dit als doelstelling duide-lijk formuleren. Het helpt om erover te praten met iemand an-ders. Dat kan een goede vriend of vriendin zijn, maar ook iemand van bijvoorbeeld de vakbond of een zelforganisatie, waar men op het spreekuur meer met deze dingen te maken heeft. Onze ervaring is, dat zo’n ‘praatpaal’ helpt om voor jezelf duidelijk te krijgen wat je wel en niet wilt. Meestal weet men heel goed wat men wil, welke keuzen moeten wor-den gemaakt en wat je sterke en zwakke punten zijn. Maar je moet het nog even voor jezelf op een rijtje zetten. In veel ge-vallen begint het gesprek met zo’n ‘praatpaal’ met: ‘ik weet niet wat ik wil’ en eindigt met: ‘ik weet eigenlijk best zelf wat ik wil, ja dat ga ik doen, die keuzen ga ik maken’. Ook is het altijd mogelijk iemand mee te nemen naar een spannend gesprek. Je hebt dan een getuige als er mondelinge afspraken worden gemaakt en de desbetreffende persoon kan in de lach schieten of iets zeggen als je verkeerde opmerkin-gen maakt, die je in moeilijkheden kunnen brengen. Hou er wel rekening mee dat aan de persoon die met je mee gaat door de functionaris van de instantie waarmee je praat beper-kingen kunnen worden opgelegd in de zin van: hij of zij mag het gesprek niet overnemen, en af en toe alleen kleine correcties plaatsen, maar ik heb de leiding van het gesprek en voer dat gesprek met de klant die het betreft. Als je in het gesprek een formulier of contract onder de neus wordt geduwd, dat je moet tekenen heb je er recht op dat je er enige dagen over mag nadenken. Je kunt dat dan weer bespre-ken op een spreekuur of met een advocaat of andere juridisch adviseur.

opstellen plan

Naar aanleiding van je eigen doelstelling stel je voor jezelf een plan op, vanuit de doelstellingen variërende van: ik voel me wel goed, in die uitkering, ik doe vrijwilligerswerk, en ik maak me al nuttig, dus ik hoef niks, tot aan: ik wil ontzettend graag betaald werk, het geeft niet wat. Als je voor jezelf een plan of een strategie bedenkt om je doel te bereiken, door zelf in gesprekken met voorstellen te komen, voorkom je tegelij-kertijd dat je al snel in een positie gemanouvreerd wordt waarin je nee moet zeggen tegen eventuele voorstellen van de arbeidsbemiddelaar. Zoals gezegd, vooral mensen die een ambivalente houding hebben omdat ze niet weten wat ze wil-len en die maar afwachten tot de arbeidsbemiddelaar met voorstellen komt, komen het snelst in die positie.
Probeer bij een en ander zelf het initiatief te houden. Het is niet zo, dat iedereen perse op een traject wordt gezet dat toeleidt naar ongeschoolde arbeid of dat men daartoe perse gedwongen wordt. Wat dit betreft zijn er veel misverstanden. Men kijkt nog wel degelijk in meerdere of mindere mate naar iemands mogelijkheden, voorkeuren en kansen. Als je zelf een plausibel plan hebt, zal men je niet meteen naar een Work First project sturen, al worden klanten soms wel onder druk gezet om met voorbijzien aan de eigen wensen en mogelijk-heden in zo’n project te gaan meedraaien. De keuzen van: ‘ik probeer zo min mogelijk op te vallen, en wil zo weinig moge-lijk contact met de sociale dienst om niet in moeilijkheden te komen’ is niet altijd de goede. Het hangt er maar vanaf, wat je wilt. Als wat de uitkeringsinstantie of reïntegratiebedrijf in de aanbieding heeft of als ze je ergens toe uitnodigen wat aansluit bij je wensen is het toch verstandig daarop in te gaan.
Zo kreeg een werkloze in Amsterdam een oproep van een scholingsinstituut, op het briefpapier, dus goedgekeurd door de Sociale Dienst, voor een voorlichtingsdag van de praktijk leerschool. Een van de mogelijkheden was het volgen van een cursus computertekenen. De persoon in kwestie had een opleiding als geoloog, een technische knobbel en wilde dit bijzonder graag. Ook wilde hij in die richting graag aan het werk. Zijn vraag was echter: als ik daarop inga, dan weet de Sociale Dienst dat ik wil werken, en gaan ze me dan niet dwingen een ongeschoold baantje te nemen, of ze stoppen me in een Work First traject met ongeschoolde arbeid, dus ik ga maar niet naar de voorlichtingsdag. Wij hebben hem geadvi-seerd toch te gaan en dat het in zijn geval met die Work First projecten niet zo’n vaart zal lopen.
Zoals reeds gezegd bedenk een plan om— als je dat wilt- uit de uitkering te komen. Verzamel informatie over de moge-lijkheden. Bijvoorbeeld op het gebied van scholing, loonkos-tensubsidies, etc. Wat dit betreft zijn er voor UWV-ers weer andere mogelijkheden, bijvoorbeeld het Persoonlijk Integratie Budget, die voor WWB-ers niet gelden. En voor mensen die een Sociale Werkvoorzieningsstatus -status of een REA (Reintegratie Arbeidsgehandicapten) status gelden weer ande-re mogelijkheden. Ook kunnen de mogelijkheden per ge-meente verschillen.

opstelling ambtenaar

Word je opgeroepen dan kan de opstelling van de ambtenaar een onzekere factor zijn. Sommigen hebben begrip voor je situatie, anderen weer niet. Er zijn functionarissen die als uit-gangspunt hebben: 'Ik help de mensen die echt gemotiveerd zijn om een traject te doorlopen, en ik hou daarbij sterk reke-ning met wat de klant zelf wil. Andere klanten vraag ik ge-woon of ze willen werken of in een traject willen en zo niet, dan laat ik ze gewoon weer gaan, zonder consequenties'. An-deren zijn er echt op uit om je in een traject te duwen, of je nou wil of niet. Het toeleidingscentrum wordt vaak volgens het contract dat ze afgesloten hebben afgerekend op het resul-taat en op het aantal klanten, waarmee ze een concreet doel hebben bereikt. Het kan echter ook zijn, dat men betaald wordt voor het aantal klanten dat men begeleidt. Onze erva-ring is, dat de opstelling van de functionaris (een ambtenaar of een vertegenwoordiger van een particulier bureau) verbonden is met de manier, waarop de eventuele begeleiding wordt gefinancierd: wordt het toeleidingscentrum volgens het contract dat ze afgesloten hebben afgerekend op het resultaat en op het aantal klanten, waarmee ze een concreet doel hebben bereikt en hoe is dat concrete doel dan gedefinieerd? Dit zowel qua inhoud van het doel als qua aantallen klanten waarmee men een bepaald doel wil bereiken. De meeste ruimte heeft de functionaris, als men eenvoudigweg betaald wordt voor het aantal klanten dat men begeleidt, ongeacht of daar-mee de klanten aan betaald werk komen. Dan is ook de kans het grootst dat er iets uit de bus komt wat je zelf graag wil. De handelingsvrijheid van de functionaris is sowieso een be-langrijke factor. Hoeveel zelfstandige beslissingsbevoegdheid heeft hij/zij? Is hij met een bepaalde concrete opdracht door een superieur op pad gestuurd? Wil men iemand bij het reïn-tegratiebedrijf ‘in het traject’ houden maar heeft men maar beperkte opleidings– en trajectmogelijkheden in eigen huis? In dat laatste geval zal de functionaris erop uit zijn allerlei tegenvoorstellen van jouw kant onder tafel te werken cq te bestrijden.
Wat er in gesprekken tussen werkzoekenden en arbeidsbe-middelaars gebeurt, is eigenlijk een schemerig gebied, waarin vaak niet duidelijk is, wat de rechten en plichten zijn van de klant en... van de functionaris waarmee je praat! In feite is er sprake van een onderhandelingssituatie, waarin beide partijen hun doelstellingen trachten te bereiken, terwijl wat wel en niet mag slechts in beperkte mate in regels en wetten vastge-legd is. Soms krijgt men na ondertekening van het traject be-paalde opdrachten in de gesprekken, bijvoorbeeld: ‘schrijf je in bij vier uitzendbureau’s’ Maar het kunnen ook andere op-drachten zijn. De veelgestelde vraag is dan: ben ik formeel-juridisch verplicht dat te doen? Hoeveel sollicitatiebrieven of inschrijvingen bij uitzendbureau’s is normaal? Op deze en vergelijkbare vragen valt moeilijk antwoord te geven. Er is geen wettelijk kader, waarin dit geregeld is. De WWB bij-voorbeeld stelt slechts, dat je verplicht bent als je sollicitatie-plicht hebt, alle gangbare arbeid te aanvaarden. Mensen die een bijstandsuitkering aanvragen of hebben zijn, mede afhankelijk van het gemeentelijk beleid, verplicht alle gangbare arbeid te aanvaarden.

gangbare arbeid

Gangbare arbeid is alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe je met je krachten en bekwaam-heden in staat bent. Het begrip gangbare arbeid in de WAO komt hierbij voort uit het zogeheten Schattingsbesluit. Ander werk dan je doet of deed voor je in de WAO terecht kwam is volgens de wet gangbaar als die aan een aantal door het UWV te hanteren criteria voldoet. Die criteria zijn bepaald in het eerder genoemde Schattingsbesluit. Zoals reeds bij de WWB gezegd, is gangbare arbeid alle algemeen geaccepteerde arbeid waar-toe iemand met zijn 'krachten' en 'bekwaamheden' in staat is. Naast gangbare arbeid is er ook passende arbeid. Voor mensen met een chronische ziekte of handicap moeten de ge-kozen voorbeeldfuncties namelijk ook nog passend zijn, rekening houdend met je krachten en bekwaamheden. Bij krachten gaat het om de beperkte belastbaarheid, zowel fysiek als psychisch. Bij bekwaamheden gaat het om kennis en vaar-digheden. Dit zijn twee zeer belangrijke punten omdat op deze manier vast te stellen is of iemand in staat is mogelijk andere, aangepaste arbeid te doen.
Terug naar de gesprekken die je moet voeren. Het is het een onderhandelingssituatie met een ongelijke machtspositie! De functionaris tegenover jouw heeft meer macht, als je niet doet wat hij zegt kan hij je sancties opleggen of in een rapport adviseren dat te doen, zodat je (tijdelijk) onvoldoende inkomen hebt om van te leven, en het gaat meestal niet direct over zijn persoonlijk leven, zijn toekomst, terwijl het daar bij jou juist wel om gaat. Maar je bent niet rechteloos.
Wanneer iemand, die tien jaar baanloos is en die misschien een moeilijke periode achter de rug heeft, wordt opgeroepen en meteen onder druk gezet om op basis van een concreet voorstel een traject in te gaan, dan zal in een eventuele be-roepsprocedure de rechter zeggen: ja hoor eens even, zo ie-mand moet je wel enige tijd de gelegenheid geven om zijn/ haar gedrag bij te stellen en eventuele tegenvoorstellen te be-spreken. Tegenwoordig houden de meeste toeleidingscentra wel rekening met deze opstelling van de rechter.
Bedenk, dat de sollicitatieplicht een ruim begrip is~ het gaat niet alleen om het schrijven van brieven, maar meer in zijn algemeenheid om het in voldoende mate trachten betaalde arbeid te krijgen. Dat kan ook zijn vacatures noteren, net-werkvorming bijvoorbeeld via vrijwilligerswerk, vacatures uit kranten knippen, opbellen naar werkgevers om informatie te vragen (de Sociale Dienst wil dit nog wel eens controleren) of een zelf uitgezochte cursus volgen of informeren naar scholing. Voor het aantal sollicitatiebrieven dat je moet schrijven is geen algemene regel te geven. Wil je graag in een bepaalde sector met een bepaalde opleiding aan het werk, hou voorlopig vast aan die doelstelling en laat je niet te snel om-praten met argumenten als: zo kom je toch niet aan het werk gezien de arbeidsmarktsituatie, of je bent niet geschikt.
Krijg je een oproep van een toeleidingscentrum, dan is duide-lijk, dat men met jou een begeleidingstraject richting arbeids-markt wil opstellen. Vaak zijn de eerste gesprekken uiterst vriendelijk, en het kan zijn, dat men met langdurig werklozen afspreekt, dat ze eerst een tijdje met behoud van uitkering en soms zelfs vrijstelling van de sollicitatieplicht het vrijwilli-gerswerk mogen blijven doen wat ze al deden, of dat men vrijwilligerswerk gaat doen via bijvoorbeeld in Amsterdam de Vrijwilligerscentrale, die samenwerkt met de Sociale Dienst. Na die periode, of na een periode van gesprekken met een individuele consulent, waarbij je leefsituatie, angsten, verlangens etc. wordt besproken, wordt de begeleiding soms minder vrijblijvend. Er zijn reïntegratiebedrijven die bijvoorbeeld begeleidingscursussen hebben voor langdurig werklozen, waarin gedurende een bepaalde periode de eigen voorstellen, wensen en verlangens van de werkzoekenden worden besproken en waarbij die serieus benaderd worden, zonder dat het tot concrete afspraken komt. Na die periode treedt er een andere fase in, waarbij die gesprekken gekenschetst wor-den als ' nu voorbij' . Het is nu echt de bedoeling om activitei-ten te ontplooien die tot betaald werk leiden. In zulke ge-sprekken zal de functionaris je confronteren met de onmogelijkheid, bepaalde wensen die je zelf hebt te realiseren. Er zal tegen je gezegd worden, dat je naar de realiteit op de arbeids-markt moet kijken. Een beroepskeuze test kan dan deel uit-maken van het traject. Om te kijken, of wat je wil ook in overeenstemming is met wat je kunt volgens die test en of er vervolgens op de arbeidsmarkt mogelijkheden zijn. Maar het kan ook zijn, dat je ingedeeld wordt in de groep, voor wie in de ogen van de overheid betaald werk nooit meer is weggelegd. Dan blijf je in het vrijwilligerstraject. Deze werkwijze maakt deel uit van de ‘reïntegratieladder’, die elders in deze brochure wordt uitgelegd. Het principe, dat eerst je wensen verlangens en idealen worden besproken en dat je daarna met de harde werkelijkheid wordt geconfronteerd kan ook sneller en directer verlopen. Je krijgt dan een eerste gesprek met een functionaris die zich begrijpend en vriendelijk opstelt en die zegt dat er bij zijn organisatie allerlei mogelijkheden zijn, waarna je glimlachend een vaag contract ondertekent. In het tweede gesprek stelt hij/zij zich plotseling keihard op, zegt dat je hebt getekend en dat je nu persé dit of dat moet doen.
Je bent opgeroepen en je gaat een onderhandelingssituatie in met ongelijke machtsposities. Waar moet je op letten? Een eerste mogelijkheid om wat meer duidelijkheid in deze duisternis te scheppen is om op een gegeven moment inzage in je dossier te vragen bij CWI of Sociale Dienst of andere uitkeringsinstantie. Misschien zitten er rapportages in, of me-dedelingen van ambtenaren waar je in het verleden gesprek-ken mee hebt gevoerd. Ook bij het CWI kun je opmerkingen uit de computer of het dossier laten verwijderen, bijvoorbeeld als er kwalificaties in het dossier staan die je eruit wilt heb-ben. Onze ervaring is, dat sommige mensen die graag betaald werk willen als het ware door negatieve kwalificaties in de dossiers worden achtervolgd: niet flexibel", of: 'stelt teveel eisen", of: "psychisch labiel", etc. De indeling in de categorie van de onbemiddelbaren op basis van dit soort kwalificaties leidt ertoe, dat je voor allerlei cursussen niet in aanmerking komt, of niet op een vacature kunt solliciteren, omdat de ar-beidsbemiddelaars je daar niet geschikt voor vinden.

onderhandelingen

Vervolgens: zoals al een paar keer gezegd probeer ruim van tevoren een en ander voor te bereiden en na te gaan, wat je rechten en plichten zijn. Neem de tijd om voor jezelf een plan te formuleren. Soms bestaat daar geen gelegenheid voor, omdat de brief waarin je wordt uitgenodigd een dag of twee dagen voor de datum waarop het gesprek moet plaatsvinden bij je in de bus rolt. Veel werkzoekenden klagen erover, dat vo-gens hen de brieven die verstuurd worden vaak worden geanti-dateerd. Je krijgt dan een brief in de bus, waarop een datum staat van minstens een week of anderhalve week geleden. Je kunt dan het reïntegratiebedrijf bellen en zeggen, dat je op dat tijdstip al een afspraak hebt. Meestal wordt dat wel geaccepteerd. Hou er daarbij rekening mee, dat degene die bij de Sociale Dienst de telefoon aanneemt kan zeggen dat het genoteerd is, maar dat achteraf je uitkering wordt stopgezet en dat niemand meer weet dat je gebeld hebt. Je kunt daarom het beste proberen contact te leggen met de ambtenaar die je de uitnodiging gestuurd heeft of met je vaste contactambte-naar. Dit geldt ook voor het CWI
Als je met iemand over je strategie gaat praten is de eerste vraag: wil ik wel met dit opleidingsinstituut waarnaar ik ben doorverwezen in zee? Ook hier is informatie weer belangrijk. Als het een particulier instituut is, kun je proberen op de hoogte te komen van wat ze in de aanbieding hebben en of dat een beetje overeenstemt met je eigen doelstellingen. Stel in het begin vast, ik wil wel of niet wat met hen. Zo ja, dan kun je de onderhandelingen ingaan. Zo nee, wat dan? Naar onze mening staat er niet in de wet, dat je perse met oplei-dingsinstituut X in zee moet gaan. Als je wordt opgeroepen door X kun je bijvoorbeeld zeggen: nee, ik ga naar een ander, dat is veel beter, want ik wil perse betaald werk in die en die richting, en daar hebben ze in een organisatie niet alleen leu-ke banen, maar ook allerlei begeleidingscursussen voor lang-durig werklozen, die uiteindelijk tot zo'n concrete baan lei-den, daar ga ik naartoe. Weiger je echter iedere vorm van be-geleiding via welk instituut dan ook, en werk je niet mee aan een mogelijke arbeidsinpassing, dan loop je het risico van een zware sanctie. Ook kan het zijn, dat de uitkeringsinstantie je voorstellen niet accepteert, omdat ze met de opleiding of het reïntegratiebedrijf geen collectieve contracten hebben afge-sloten.
Wat kan helpen is om bij je zoektocht door het doolhof van instanties steeds op papier te zetten met wie van welke instantie je contact hebt gehad, en wat er is gezegd en/of afgespro-ken. Dit helpt jezelf in de eerste plaats om dingen op een rijtje te krijgen, ten aanzien van wat je wel en niet wilt, maar het kan ook van belang zijn als er bij een eventueel conflict spra-ke is van beroepsprocedures, waarin jouw versie van de din-gen die gebeurt zijn staan tegenover de interpretatie van de uitkeringsinstantie of het particulier reïntegratiebureau. Noteer dus ook de namen van ambtenaren en andere functiona-rissen waarmee je contact hebt. Het kan op verschillende mo-menten van belang zijn advies te vragen aan een onafhanke-lijke derde. Zoals reeds gezegd: bij vakbonden en zelforganisaties hebben ze vaak een reïntegratie spreekuur, of een systeem van medewerkers, die eventueel met je mee kunnen gaan naar gesprekken en keuringen.

onafhankelijk arbeidsadviseurs

In dit verband is het goed te wijzen op het bestaan van onafhankelijke arbeidsadviseurs bij het CWI. Wat is een ar-beidsadviseur en wat kan hij voor jouw betekenen? Een arbeidsadviseur is een onafhankelijke deskundige op het gebied van werk en reïntegratie. Hij is niet verbonden aan het UWV, CWI of de gemeente (Sociale Dienst) en kan dus onaf-hankelijke informatie, advies en ondersteuning geven bij je reïntegratie. Je kunt bij hem terecht met vragen over de ar-beidsmarkt, scholingsmogelijkheden, reïntegratiebedrijven, subsidiepotjes, voorzieningen en andere praktische zaken (zoals kinderopvang) waar je mee te maken krijgt De arbeidsadviseur is er voor alle uitkeringsgerechtigden (met WW, WAO, WIA, Wajong, bijstand, IOAW, Anw enzo-voorts) en voor werkzoekenden zonder werk of uitkering. Ook met ontslag bedreigde werknemers, zieke werknemers die moeten reïntegreren maar niet bij de eigen werkgever aan de slag kunnen, en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkne-mers die meer arbeidsgeschikt worden verklaard, maar hun contract niet kunnen uitbreiden, kunnen bij de arbeidsad-viseur terecht. De arbeidsadviseur kan zowel voor als tijdens het reïntegra-tietraject ondersteuning bieden. De adviseur kan bijvoorbeeld samen met jouw in kaart brengen wat de wensen en mogelijkheden zijn op het gebied van werk ('wat wil ik en wat kan ik?') en je helpen om je reïntegratietraject uit te stip-pelen ('wat moet ik doen om mijn doel te bereiken?'). Hij kan uitzoeken welke opleidingen er zijn en welk reïntegratie-bedrijf het beste bij je past. Hij weet van welke regelingen je gebruik kunt maken en waar je voorzieningen kunt aan-vragen. Alles wat je met de arbeidsadviseur bespreekt, is ver-trouwelijk: hij brengt geen verslag uit aan het UWV, CWI of de gemeente. Het inschakelen van een arbeidsadviseur is helemaal vrijwillig. Je bent dus niet verplicht om naar hem toe te gaan en je hoeft zijn adviezen ook niet op te volgen. Het UWV of de gemeente blijft de instantie waarmee u de afspraken maakt over uw reïntegratie.
De arbeidsadviseur is te vinden bij het Informatie-en Adviespunt Arbeidsintegratie van het CWI. Nog niet ieder CWI heeft er één: vraag bij het CWI waar de dichtstbijzijnde arbeidsadviseur zit of kijk op www.landelijkeclientenraad.nl. Op die website vind je ook meer informatie over het werk van de arbeidsadviseur.

losse punten

Vraag altijd een bewijs dat je je papieren hebt ingeleverd.

Dien altijd een klacht in bijvoorbeeld bij een onheuse be-handeling door een ambtenaar. Deze klacht kan in Amsterdam worden ingediend bij het hoofd van de afdeling Beleid en Communicatie van het regiokantoor, maar ook bij de gemeentelijke ombudsman.

Je mag altijd je dossier inkijken. Dan moet je eerst een formulier invullen. Je mag rectificeren en kopieën maken. Het dossier mag maximaal 5 jaar bewaard blijven (ook als je geen uitkering meer krijgt).

Als de ambtenaar notities maakt voor in het dossier, mag je als klant eisen dat je weet wat hij schrijft. Je mag vra-
gen bepaalde opmerkingen die jij maakt als zodanig op te nemen in de tekst. Vraag om een verslag van het gesprek. Staat de ambtenaar dit niet toe, vraag dan naar de regio-manager.

Teken niet ter plaatse een arbeidscontract dat je voor het eerst ziet. Vraag enige dagen bedenktijd als je een contract moet tekenen. Ga eerst overleggen met deskundigen. Altijd een kopie van het contract vragen.

Als je een baan te snel hebt geaccepteerd en je hebt er goed over nagedacht en wilt hiervan af, het is niet wat je werkelijk wilt, mag je met redenen omkleed, hierop terugkomen. Je kunt dat in een brief aan de ambtenaar op het regiokantoor laten weten. Houdt zelf een kopie van de brief. Deze brief moet in het dossier zitten.

Als je een baan krijgt waar je een uniform moet gaan dragen, en je wilt dat niet, kun je met redenen omkleed weigeren.

De ambtenaar moet altijd rekening houden met de eigen wensen (werk, scholing) van de klant. Als je een baan krijgt aangeboden bijvoorbeeld in Groningen hoef je niet meteen ja te zeggen. Vraag een redelijke termijn om na te denken.

Als klant mag je eisen dat je na kunt denken of de baan in je persoonlijke ontplooiing past, en of de baan niet te belastend is voor je. Is deze baan werkelijk wat je wil. Je hoeft niet ter plekke een handtekening te zetten. Je mag er een redelijke termijn over nadenken. Wat betreft het zetten van handtekeningen, daar wordt op ingegaan in het hoofdstuk over beroepsprocedures. Een rechter gaat uit van een afweging tussen het algemeen belang (mensen moeten werken voor de samenleving) en het individueel belang (recht op ontplooiing, werk dat bij je past en dat je leuk vindt).

Als je een baan krijgt aangeboden vraag dan hoe het zit met de armoedeval. Een beperkte verhoging van je inko-
men kan gevolgen hebben voor de huurtoeslag, (het kan zijn dat je moet terugbetalen omdat je inkomen te hoog wordt), zorgtoeslag, kwijtscheldingen, de belasting. Vra-gen over de inhoud van het werk en de arbeidsvoorwaar-den van vacatures dienen ook beantwoord te worden.

Als je een arbeidscontract hebt voor een deeltijdbaan mag de Sociale Dienst niet verlangen dat je deze opgeeft voor een baan van bv 36 uur. Dat is aanzetten tot contract-breuk. Dit mag de Sociale Dienst niet doen.