De kwaliteit van de bemiddeling

Wat zijn nou onze ervaringen met de werkwijze van commerciële reïntegratiebureau’s en hoe gaan ze te werk? Op een bij-eenkomst van de Bijstandsbond bleek, dat de kwaliteit van trajecten bij een groot bedrijf slecht is.

Iemand vertelt, dat hij een tijd lang een motivatiecursus moest volgen die geheel in het Nederlands was. Hij ontdekte al snel, dat een deel van de cursisten geen draad Nederlands sprak. De cursusleider hield zijn verhalen constant in het Ne-derlands. Hij maakte daar een opmerking over tegen de cur-susleider. Die reageerde daarop met de opmerking: ‘o, maar de mensen begrijpen best waar het over gaat. Is het niet, Mustafa? ’Waarop die reageerde met: ‘I am thirty years’.
Een ander voorbeeld. Klant is werkzaam als kunstenaar en verdient ongeveer 3000,-euro per jaar met de verkoop van zijn kunstwerken. In het eerste gesprek maakt de begeleider op een kladpapiertje twee simpele schemaatjes van vier vak-jes. In het ene schemaatje is de uitkering het centrale punt en de werkwijze als kunstenaar/ondernemer en de inkomsten daaruit en het vrijwilligerswerk afgeleiden. Dit moet anders worden. In het andere schemaatje is het ondernemerschap het centrale punt, de Sociale Dienst moet eraf en de andere dingen zijn dan gebaseerd op de zelfstandige voorziening in het bestaan middels het zelfstandig ondernemerschap. De intaker is zeer vriendelijk. Hij zegt: 'ik wil je niet in een hoek duwen waar je niet in wil. Op de oproep stond, dat jij een strafkorting krijgt als hij niet kwam, maar in het gesprek is dat niet ter sprake gekomen. Over drie weken weer gesprek. Project 'de juiste koers'. Op basis van het schema zouden dan zes vage motivatie-gesprekken gevoerd moeten gaan worden. De client zegt, dat hij niet inziet, wat hij aan de gesprekken heeft.
Hij is al gemotiveerd. Als hij zelfstandig ondernemer moet gaan worden, heeft hij meer aan concrete activiteiten, zoals een vrijwilligersproject met professionele kunstenaars dat hij kent en een management of boekhoudcursus. Hij houdt tijdens het gesprek aan deze voorstellen vast. De begeleider zegt dan, dat daarover toestemming van de sociale dienst ge-vraagd moet gaan worden, wat betreft het vrijwilligerspro-ject. Uiteindelijk komt die toestemming er en de gesprekken gaan niet door.

Veel klanten van de Sociale Dienst worden begeleid door een commercieel reïntegratiebedrijf waarover verschillende berichten zijn. Onlangs hadden we iemand aan de telefoon, die tot zijn volle tevredenheid door het bedrijf was begeleid bij zijn pogingen, als zelfstandige ondernemer aan de slag te gaan. Maar er zijn ook ander berichten. Wij hebben een spreekuur bezoeker met klachten gevraagd, zijn ervaringen met de cursus die hij kreeg op papier te zetten.

De bemiddeling van deze spreekuurbezoeker gold voor een lange periode met als doelstelling "toeleiding naar reguliere arbeid" en er werd een "trajectplan" gemaakt Een duidelijke intakeprocedure was er niet. Er werd de cursist bij de aanvang alleen gevraagd of deze schulden heeft en in een schulden-regeling zit. Waarom dit van belang is, wordt niet duidelijk. Al vroeg in dit jaar wordt de cursist medegedeeld dat de re-gering een subsidie van 3000,-euro uitgetrokken heeft voor de bemiddeling. Later wordt dit vergeleken met de gang van zaken in de Verenigde Staten van Noord-Amerika, waar men-sen in vergelijkbare situatie veel "harder" aangepakt zouden worden. De inhoud van de cursus valt in te delen in aspecten als "toekomsttraining", "communicatie", "presentatie", en in het laatste kwartaal "sollicitatietraining".
Communicatie wordt gerelateerd aan sociale vaardigheden, het belang van netwerken (kontakten leggen en deze regelma-tig polsen), niet-verbale communicatie (lichaamstaal, enz.) Bij presentatie komen zaken als assertief optreden aan de or-de. "Toekomsttraining" wordt minder duidelijk omschreven. Het komt neer op sleutelbegrippen als "Ken Je zelf" en "Maatschappelijk succesvolle mensen weten wat ze willen" en men krijgt het advies: werk voorafgaande aan het onderne-men van actie, een" concreet plan" uit. De cursus wordt, zonder verduidelijking, nu eens in groeps-verband gegeven dan weer individueel. De groepen wisselen gedurende de cursusperiode meerdere malen van samenstel-ling. Cursisten klagen er bij herhaling over dat ze geen pre-cies beeld hebben van hetgeen deze "toeleiding" nu eigenlijk inhoudt. Ze krijgen het gevoel nutteloos vast gehouden te worden. Deze klacht wordt het hele jaar door geuit. Op geen enkel tijdstip in dit cursusjaar wordt de cursist uit-sluitsel gegeven over de voortgang van het ‘traject’of vindt er een evaluatie plaats, evaluatie waar de cursist een gelijk-waardige stem in heeft, zou een goede basis zijn voor de Soci-ale Dienst als opdrachtgever. De eerste periode krijgt de cursist de gelegenheid voorkeuren uit te spreken voor het soort werk dat zij/hij gezien de eigen vaardigheden en achtergrond, zou willen verrichten. Bij het begin van het laatste stuk, de sollicitatietraining, wordt al dit besprokene bestempeld als "nu voorbij". De cursist moet zich conformeren met de banen die het bedrijfsleven biedt en met gezwinde spoed solliciteren op de luchthaven Schiphol en zich inschrijven bij uitzendbureau's. De cursist zou beter doordrongen moeten zijn van de hoge kosten die adverteren en personeelswerving voor bedrijven met zich meebrengen. Hierbij worden commentaren toegevoegd als met "thuis op de bank zitten", "achter de geraniums zitten" en "met navelsta-ren" bereik je niets. Rechten en plichten van de cursist worden nergens, niet in het begin en ook niet later, goed omschreven. Voor de cursist ontstaat zo onzekerheid op welke opdrachten en suggesties van de trainer/coach neen gezegd kan worden. Al voorafgaande aan de start van de cursus verlangt de Soci-ale Dienst dat de cursist een verklaring ondertekent dat de "toeleiding" met volledige meewerking gevolgd zal worden. De brief die de cursist daarbij ontvangt wordt besloten met de mededeling dat het niet ondertekenen van de verklaring zal leiden tot een strafkorting op of gehele inhouding van de uitkering. Deze bedreiging en intimidatie wordt later ook nog door het personeel van het reïntegratiebedrijf herhaald. De bedreiging van de bestaanszekerheid van de cursist is de eni-ge aanwijzing die deze moet aanhoren voor wat betreft. de rechten/plichten situatie. Het verloop van de cursus is dus qua inhoud te omschrijven als vaag, althans voor een groot deel van de cursisten. Tot aan de laatste periode participeren allochtonen in de groep-jes en deze hebben moeite de gesprekken in het Nederlands te volgen. Zo nu en dan ontkomen cursisten niet aan de indruk dat het project voor het reïntegratiebedrijf personeel zelf nog een aftasten is en er geëxperimenteerd wordt. De formule er-van zou geïmporteerd zijn uit de Verenigde Staten en zou daar "succesvol" zijn. Cursisten komen met de klacht dat zij niet begrijpen waarom ze deze toeleiding moeten volgen. Hun herintreding in het ar-beidsproces komt een deel van hen, gezien persoonlijke om-standigheden, als onhaalbaar voor. Deze cursisten krijgen geen aandacht van het personeel en op hun argumenten wordt niet ingegaan. Cursisten die uitleg gaven over medi-sche beperkingen of (langdurige) ziekte die een meespelende factor was geweest (en soms nog is) bij hun werkloosheid, kregen antwoorden in de trant van "De halve Bijlmer is ziek" en voor wat betreft de ziekteperiode had je "die tijd net zo goed in Bijlmerbajes" kunnen doorbrengen. Behalve de hierboven beschreven toeleiding/sollicitatie trai-ning is er weinig dat de cursisten maatschappelijk weerbaar-der maakt. Allochtonen die al helemaal geen Nederlands spreken kunnen een taalcursus volgen. Ook is er de mogelijkheid van het vol-gen van een computercursus, waarin omgang met het bestu-ringssysteem en de grafische gebruikersinterface van Micro-soft Windows en daarbij de tekstverwerker Word wordt ge-leerd. Cursisten kwamen met de klacht dat zij niet veel van de computercursus hadden opgestoken. Voor 27 studenten was er 1 instructeur aanwezig, deze was soms nog absent. Voor het volgen van de cursus kregen zij een certificaat. Het reintegratiebedrijf maakt wel gewag van een "evaluatie". Deze wordt gemaakt na het verstrijken van de totale periode, in een rapportage aan de opdrachtgever, de Sociale Dienst/ DWI. Er wordt de cursisten meegedeeld dat die evaluatie, ook al hebben zij er voor gezorgd steeds aanwezig te zijn op de trainings bijeenkomsten, negatief kan zijn en sancties dus niet uitgesloten mogen worden. Niet alle trainer/coaches kunnen naar de indruk van de cur-sisten op een goede manier gesprekken voeren met mensen, die vaak allerlei moeilijkheden achter de rug hebben. Ze heb-ben dienaangaande blijkbaar niet altijd een relevante oplei-ding genoten. De cursist die dit verslag maakte kan zich niet aan de indruk onttrekken, dat er situaties ontstaan waarin mensen onnodig psychisch beschadigd kunnen raken. Door de toestand van onzekerheid bij de cursisten en de methode van intimidatie waar ze aan onderworpen worden heeft dit zich mogelijk al veelvuldig voorgedaan maar wordt het niet of slechts fragmentarisch naar buiten gebracht.

Dit voorbeeld zou met vele kunnen worden aangevuld. Uit het voorgaande blijkt, dat al die motivatietrainingen voor een groot gedeelte gebakken lucht zijn en dat het je totaal niet helpt aan de slag te komen. Ondanks de retoriek van de instanties en de politiek over ‘ niemand ana de kant’ en ‘ iedereen doet mee’ is werkelijke ondersteuning vaak ver te zoeken, zoals blijkt uit onderstaand voorbeeld.

J. is zes en twintig jaar en wil graag aan de slag. Zij is in de bijstand terecht gekomen omdat haar contract niet werd ver-lengd. Zij heeft een VMBO opleiding voor verkoopster. In eerste instantie zou je zeggen een uitgelezen kans voor de DWI om iemand aan een baan te helpen. Het een en ander blijkt echter anders uit te pakken. J. doet zelf haar best om weer aan de slag te komen Zij solliciteert ongeveer tien keer per maand. Het is tot op heden niet gelukt. Een van de oorzaken is dat de arbeids-markt volgens haar voor een substantieel deel draait op mensen onder de drie en twintig, die zijn het goedkoopst… J wil gewoon full time werken. Voor J een uitkering kreeg werd door de DWI de eis gesteld dat zij twee maanden in een sociale werkplaats moest werken of anders geen uitkering. Zij vertelt dat ze elke morgen met een hortsik busje van het Muiderpoort-station werd opgehaald. Ze moest werken met mensen met een zware verstandelijke of lichamelijke handi-cap; bijvoorbeeld incontinent. Uiteindelijk heeft zij een gesprek met haar klantmanager en die verwijst haar naar reintegratie bedrijf Sagenn. Bij Sagenn kon J aangeven wat voor werk zij wilde doen. Zij wil graag licht administratief werk doen in een postkamer bijvoorbeeld. Het blijkt dat Sagenn niets voor haar kan doen. Via de vacaturebank van het CWI krijgt zij tijdelijk werk in verzorgingshuis Beth Sjalom. Ze moet daar de stalen ombouw van ziekenhuisbedden schrobben, dat houdt ze enkele maan-den vol maar dan zakt haar motivatie in en stopt ze ermee. J voert weer geprekken met haar klantmanager maar die blijken vruchteloos te zijn. Bovendien laat de klantmanger maanden niets van zich horen ondanks dat zij herhaaldelijk telefonisch kontakt zoekt. Ze wisselt van klantmanager omdat deze wegens rugklachten afwezig is. Zij krijgt een andere klantmanager toegewezen maar die heeft al twee maanden niets van zich laten horen. Op het kantoor van het CWI gaat zij zelf weer aan de slag om werk te vinden. Als zij vijf vacatures van het prikbord haalt stellen medewerkers dat die al twee maanden vervallen zijn. Wat precies de functie van het CWI is blijf op dit moment voor J duister. J zou graag een vervolg opleiding willen doen dit wordt echter tot nu toe door de DWI geweigerd. Zij kwam met het initiatief voor het halen van een rijbewijs maar dat werd niet toegestaan.. J wordt moedeloos van al de weiger-ingen en heeft de indruk niet serieus genomen te worden. Zij kwam zelf met de sugestie dat ze wel met Pantar in zee wilde gaan. maar er werd gesteld dat Pantar een organisatie was voor luie mensen. Het beleid van de DWI zou voor jonge mensen als J erop gericht moeten zijn om initiatieven te steu-nen en te stimuleren vindt j.