|
Inleiding. Het perspectief van de baan beperkingen We geven tips over hoe je in gesprekken kunt opstellen, wat je uitgangspunten kunnen zijn en welke argumentatie je het beste kunt hanteren, maar een volledige handleiding is het niet. Een belangrijke beperking van deze brochure is, dat al-lerlei juridische regelingen en organisatorische kwesties gro-tendeels buiten beschouwing blijven, al komen ze hier en daar wel naar voren. De reden ervan is, dat regelingen en wet-ten voortdurend veranderen, en dat bijvoorbeeld in de WW weer heel andere regelingen gelden dan in de WWB. Behandeling van deze regelingen zou betekenen dat het niet alleen een dik boek zou worden, maar dat zo’n boek alweer verouderd is als het uitkomt. De brochure kan beschouwd worden als een aanvulling op de concrete informatie die via internet en middels folders van het CWI en de uitkeringsinstanties al verkrijgbaar is. Een andere reden voor het deels buiten beschouwing laten van juridische en organisatorische kwesties is, dat een groot gedeelte van de reintegratieactiviteiten worden uitgevoerd door of in samenwerking met gemeenten. Zij werken in het CWI samen met de UWV’s. Deze samenwer-kingsverbanden en de organisatorische afspraken en de regelingen die daarbij gelden verschillen van gemeente tot ge-meente. Behandeling van al deze samenwerkingsvormen, die ook weer voortdurend veranderen – zou onmogelijk zijn. Ook is deze brochure geen bezinning op de betekenis van arbeid in onze maatschappij. U zult vergeefs beschouwingen vinden over hoe die dubbele betekenis van arbeid in onze maatschap-pij nou is ontstaan en of er wellicht samenlevingsvormen denkbaar zijn of zelfs hebben bestaan waarin die dubbele be-tekenis er niet is. Toch zijn analyses en opvattingen daarover van belang in de dagelijkse omgang met allerlei instanties. De overheid hanteert bepaalde opvattingen over de betekenis van arbeid in onze maatschappij en baseert daarop haar beleid. Wanneer een werkzoekende klant wordt geconfronteerd met particuliere bemiddelingsbureau’s of overheidsinstanties is dat ook een ideologische confrontatie: argumenten worden uitgewisseld over waarom een klant bepaalde dingen wel of niet moet doen. Zoals argumenten over massa-werkloosheid, en de noodzaak van sociale activering. Het kan dus van belang zijn bij je individuele zoektocht door het doolhof van instanties en hoe je daarmee om moet gaan op de hoogte te zijn van de argumenten waarvoor men wel of niet gevoelig is. Over de redeneertrant van de overheid in het verlengde van opvattingen die in de maatschappij leven in het kort het volgende. redeneertrant Een van de grote vraagstukken in de sociale wetenschappen is de relatie tussen de subjectieve houding en opvattingen van mensen en het daaraan gerelateerde gedrag, dus hoe de mensen zelf hun gedrag motiveren en anderzijds de structuren van de maatschappij. In de zeventiger jaren deed men dit vanuit een kritiek op het functioneren van het kapitalisme en de negatieve uitwassen daarvan. Sociale ongelijkheid in de maat-schappij en de mate waarin individuen kansen hebben op de arbeidsmarkt of meer in zijn algemeenheid kansen hebben vooruit te komen in de maatschappij worden in sterke mate bepaald door factoren als massa-werkloosheid, scheiding tus-sen rijk en arm. Vooral deze omgevingsfactoren die het gedrag van mensen beïnvloeden werden benadrukt. Om de men-sen meer kansen te geven moest er worden gewerkt aan de verbetering van de factoren die de kansen van mensen in de maatschappij beïnvloeden. De overheid moest actief de negatieve uitwassen van het kapitalisme bestrijden om een recht-vaardige verdeling te bewerkstelligen. Daarbij behoorde een actief werkgelegenheidsbeleid, om banen te scheppen. Begin tachtiger jaren kwam een proces op gang waarbij de balans is doorgeslagen naar de andere kant: niet de negatieve uitwassen van het kapitalisme werden benadrukt, maar dat de markt beter moet functioneren en meer tot zijn recht komen. Dat dit niet gebeurt is een gevolg van verkeerd gedrag van mensen: de houding en opvattingen van de mensen en hun op basis daarvan gemotiveerd gedrag. Het begrip eigen verantwoordelijkheid staat centraal, je kunt zelf van alles doen om niet in een situatie van werkloosheid en armoede terecht te komen. Iedereen heeft kans in een markteconomie, en wie niet meekomt, moet zijn of haar gedrag wijzigen en kansen grijpen. Dit past in een liberaal beleid, waarbij de schuld van de werkloosheid bij de mensen zelf wordt gelegd: niet omdat er 2 miljoen werklozen zijn is het moeilijk om aan het werk te komen, maar vanwege het ontbreken van een goede motivatie komen werklozen niet aan de bak. De verant-woordelijkheid voor het bestaan van massa-werkloosheid wordt bij de werkloze gelegd: het is door zijn of haar gedrag dat hij geen werk heeft, als je maar wilt, dan is er werk ge-noeg, maar de mensen zijn soms niet gemotiveerd, willen niet werken, etc. Allerlei management-technieken werden ontwik-keld om te gaan sleutelen aan gedrag, motivatie, en verdere kenmerken van het individu, om hem of haar in staat te stel-len mee te doen in de race om de schaarse banen. De uitwas-sen van het kapitalisme, het onvoldoende aantal beschikbare banen en hoe daar invloed op uit te oefenen verdwijnt uit het beeld, alles is erop gericht het marktmechanisme beter te la-ten functioneren. Dus schieten reïntegratiebedrijven als paddestoelen uit de grond die werklozen moeten motiveren, be-geleiden, cq onder druk zetten om allerlei vormen van betaal-de arbeid te aanvaarden. Op die manier, zegt men, als de ar-beidsmarkt flexibel wordt, heeft iedereen of een baan of tijdelijk even niet, maar niemand is langdurig werkloos. In feite is het huidige beleid een andere theorie over de relatie tussen de maatschappelijke omstandigheden enerzijds en opvattingen, motivatie en gedrag van mensen anderzijds. Uit de vele management-technieken om het menselijk gedrag te beïnvloeden die in deze brochure ter sprake komen blijkt wel, dat de nieuwe theorie minstens even aanvechtbaar is als de oude. In de praktijk blijkt duidelijk,dat dit beleid niet werkt en dat toch velen kansloos zijn op de arbeidsmarkt, gezien het tekort aan banen. relatie met individuele situatie Er valt verder veel over te zeggen, maar wat moet je hiermee in je
individuele situatie, als je gesprekken hebt met uitkerende instanties
of reïntegratiebedrijven. Zij gaan uit van het nieuwe liberale
beleid. Dus men is minder gevoelig voor argumenten die benadrukken dat
je door omgevingsfactoren of factoren buiten jezelf in een bepaalde
situatie terecht bent gekomen.Vaak gebruiken mensen die argumenten op
momen-ten die hen strategisch geschikt lijkt in een discussie of in
on-derhandeling met functionarissen van allerlei instanties, om voor
zichzelf bepaalde doelstellingen te bereiken. Die doel-stellingen kunnen
varieren van: ik ben langdurig werkloos, en ik doe vrijwilligerswerk
en die situatie wil ik handhaven tot: ik wil bepaalde vormen van betaald
werk of beroepsuitoefe-ning wel, maar andere weer niet. Maar argumenten
als: ik kom niet aan het werk, want er zijn 2 miljoen werklozen, of:
het is allemaal een gevolg van slecht functionerende instanties zal
men niet of slechts in beperkte mate accepteren. Je kunt het als motivatie
noemen, maar men zal in veel gevallen erop uit zijn te benadrukken dat
je je flexibel moet opstellen, en dat het feit, dat veel mensen niet
aan de bak komen voor jouw in jouw individuele situatie nog geen reden
is, geen pogingen meer te wagen, omdat jij misschien wel aan de bak
komt. De veelgehoorde klacht dat de aangeboden trajecten gezien hun
kwaliteit en inhoud je geen steek verder helpen zal men niet snel accepteren.
Legio zijn de voorbeelden waarbij een werkzoekende die hoger opgeleid
is een traject of een cursus moet volgen dat voor laag opgeleiden bestemd
is en waar hij/zij niets aan heeft. Individueel maatwerk is soms ver
te zoeken. Uitkeringsinstanties kopen standaardcursussen in, waar men
maar in moet passen. Men zal je wijzen op je indi-viduele verantwoordelijkheid
middels betaalde arbeid iets voor de maatschappij te betekenen en dat
de situatie waarin je terechtkomt voornamelijk een gevolg is van keuzen
die je zelf gemaakt hebt. Daarmee zitten we middenin de manier waarop
je gesprekken kunt voeren met dat soort instanties. Daarover gaat het
eerste hoofdstuk. |