|
Vrijwilligerswerk, sociale activering,
work first en participatiebanen
In zijn algemeenheid geldt voor vrijwilligerswerk, dat je het moet melden
bij de uitkeringsinstantie. Voorzover wij weten wordt er echter bij Sociale
Diensten niet moeilijk gedaan wanneer je het pas meldt wanneer een sociale
activeringstra-ject in beeld komt na een oproep voor een gesprek. Voor
WAO-ers en WW-ers gelden echter aparte regels. Voor vrij-willigerswerk
in de bijstand gelden ook bepaalde principes. Ten eerste moet het vrijwilligerswerk
van klanten die een sol-licitatieplicht hebben en die gezond van lijf
en leden zijn er niet toe leiden, dat men overdag niet meer beschikbaar
is voor de arbeidsmarkt. Het vrijwilligerswerk moet de mogelijke in-passing
in het circuit van de betaalde arbeid niet belemmeren, bijvoorbeeld omdat
overdag langdurige verplichtingen wor-den aangegaan waar men niet onderuit
kan en die aanvaarden van betaald werk op korte termijn onmogelijk maken.
Ten tweede is het zo, dat het vrijwilligerswerk geen bestaande be-taalde
arbeid mag verdringen, dus dat een werkgever zegt: ik hef een functie
die wordt vervuld door iemand in loondienst op en ik neem wel een vrijwilliger
die door de Sociale Dienst/ DWI is gestuurd. Ten derde mag het vrijwilligerswerk
niet subsidievervalsend zijn, dwz het werk werd eerst door betaal-de krachten
gedaan en werd toen wegbezuinigd in het kader van de overheidsbezuinigingen,
waarna het door vrijwilligers wordt gedaan. Als dat werk dan door mensen
met behoud van uitkering wordt gedaan stelt de overheid zich op het stand-punt,
dat langs een omweg de bezuinigingen ongedaan wor-den gemaakt. En ten
vierde mag het vrijwilligerswerk niet concurrentievervalsend zijn. Dus
als er twee groenteboeren in een winkelstraat zijn, en de eerste groenteboer
neemt vrijwil-ligers aan voor het werk, terwijl de tweede groenteboer
ge-woon betaalde krachten in dienst heeft, dan kan de eerste groenteboer
zijn sla veel goedkoper verkopen dan de tweede. Dat heet dus concurrentievervalsing.
In de praktijk loopt het met die voorwaarden niet zo’n vaart, is
onze ervaring. Ook de overheid zelf heeft er in het nabije verleden de
hand mee gelicht, oa bij de Instroom Doorstroom banen en de WIW regelingen,
dus de gesubsidieerde arbeid, waarbij mensen soms toch functies gingen
vervullen die tot het circuit van de be-staande reguliere arbeid gerekend
kunnen worden. Bovendien verschijnen er bijvoorbeeld in de gemeente Amsterdam
voort-durend plannen, om de bovengenoemde voorwaarden op los-se schroeven
zetten. De bovengenoemde principes spelen ook een rol bij de instelling
van participatiebanen en organisatie van Work First projecten.Daarop wordt
verderop in dit hoofdstuk ingegaan.
traditioneel vrijwilligerswerk en onkostenvergoedingen
Opgemerkt dient ook te worden dat zogenaamd traditioneel vrijwilligerswerk
altijd mag. Kort door de bocht gezegd gaat het daarbij om vrijwilligerswerk
dat verbonden is met het uit-oefenen van je grondrechten zoals die in
de grondwet staan geformuleerd, dus belangenbehartiging via de vakbond
of an-dere belangenbehartigingsorganisatie, activiteiten in een poli-tieke
partij, een kerkgenootschap, etc.
Soms worden voor vrijwilligerswerk onkostenvergoedingen betaald. Daarbij
moet een onderscheid worden gemaakt tus-sen onkostenvergoedingen waarvoor
geen bonnen kunnen worden overlegd c.q waarvoor het overleggen van bonnen
niet noodzakelijk is en situaties waarin dat wel mogelijk/ noodzakelijk
is. Je hoeft niet met bonnen aan te tonen dat de onkostenvergoeding inderdaad
als zodanig gebruikt wordt bij de volgende situatie. Het komt voor dat
organisaties (onkosten)vergoedingen aan vrijwilligers verstrekken die
DWI moet vrijlaten. Deze vergoedingen worden vrijgelaten tot een maximum
van € 95 per maand/ € 764 per jaar. Gebeurt het vrijwilligerswerk
in het kader van een DWI reintegratietraject, dan geldt een hoger vrijlatingsbedrag
voor forfaitaire vergoedingen die de klant ontvangt van de vrijwilligersorganisatie,
nl. € 150 per maand, met een maximaal jaarbedrag van € 1.500
(bedragen per 1-1-2008). Een lage vergoeding van een organisatie kan aangevuld
worden tot het maximale bedrag van de forfaitaire trajectvergoeding van
DWI. Hieruit blijkt dus, dat er verschillende regelingen gelden voor mensen
die in een traject zitten, mensen in een participatieplaats of een Sociale
Activerings Plaats (SAP) of een Maatschappelijke activerings Plaats MAP)
en mensen die los van alles vrijwilligerswerk doen. Je krijgt het bedrag
in geld, maar er hoeft geen belasting over te worden betaald en het wordt
niet in mindering gebracht op je bijstandsuitkering. Theoretisch mag je
wel meer onkostenvergoedingen ontvangen, maar dan moet voor iedere euro
die wordt uitbetaald bij-voorbeeld met bonnen aangetoond worden dat het
ook inder-daad om onkosten gaat die verbonden zijn met het vrijwilli-gerswerk.
Je moet dit aantonen voor het hele bedrag dat je ontvangt. Er is dus niet
een soort vrij te laten voet. Overigens is het zo, dat in veel gemeenten
geld wordt uitgetrokken voor clienten van de sociale dienst, die naar
het oordeel van de gemeente geen betaald werk meer kunnen verrichten maar
die nog wel vrijwilligerswerk kunnen doen c.q op een traject voor sociale
activering kunnen worden ge-plaatst. Wanneer je vrijwilligerswerk doet
en de organisatie waar je dat doet kan aantonen, dat zij geen geld hebben
om je een onkostenvergoeding te betalen, bijvoorbeeld omdat ze een noodlijdende
voetbalclub zijn, dan kun je bijzondere bij-stand aanvragen voor de onkosten
in verband met je vrijwilli-gerswerk. Zoals hierboven al aangegeven, meestal
worden dergelijke vergoedingen betaald in het kader van een sociale activeringstraject
waarbij de klant onder begeleiding van een door de sociale dienst ingehuurd
reintegratiebedrijf staat. De vergoeding maakt dan deel uit van het traject.
sociale activering
Voor sommige clienten van de Sociale Dienst/DWI wordt door de uitkerende
instantie, vaak na een keuring, geoordeeld dat betaald werk niet meer
of althans voorlopig niet tot de mogelijkheden behoort. Dergelijke klanten
kunnen te maken krijgen met sociale activeringstrajecten. Naar men zegt
om sociaal isolement te voorkomen worden allerlei trajecten be-dacht om
iemand op een vrijwilligersplek te plaatsen of een cursus of een andere
activiteit te laten volgen die naar vrijwil-ligerswerk toeleiden. Daar
zijn allerlei instanties bij betrokken, zoals in Amsterdam de vrijwilligerscentrale,
die een soort databank van vacatures in het vrijwilligerswerk heeft. Wat
zijn nu de uitgangspunten bij dergelijke sociale active-ringstrajecten?
En ben je verplicht hieraan mee te werken? We volgen hier het Amsterdamse
beleid. In de eerste plaats moet worden gesteld, dat er een individuele
beoordeling plaatsvindt. Het is niet de bedoeling, dat aan een grote groep
klanten tegelijkertijd zonder aanzien des persoons een brief wordt gestuurd,
waarin wordt meegedeeld dat ze ergens vrij-willigerswerk moeten doen op
straffe van een sanctie. In 2004 kwam dit echter wel voor in Amsterdam
Zuidoost.
Een reïntegratieinstituut dat een contract had afgesloten met de
Sociale Dienst/DWI om een bepaald aantal klanten toe te leiden naar sociale
activering slaagde daar volgens de Socia-le Dienst/DWI onvoldoende in
en werd sterk bekritiseerd vanwege het feit dat ze bepaalde normen niet
haalden. Daarop stuurde het reintegratieinstituut min of meer in paniek
geraakt, naar alle adressen van klanten die zij in hun bestand hadden
een brief, waarin de klant werd gesommeerd zich als vrijwilliger op te
geven bij een festival dat in het stadsdeel werd georganiseerd, anders
zouden er sancties volgen. Sommige klanten schrokken hevig van de brief,
bijvoorbeeld om-dat ze arbeidsongeschikt waren of anderszins niet in staat
om het desbetreffende werk te doen. Toen de Sociale Dienst/DWI er lucht
van kreeg, werd het reintegratiebedrijf fors op de vingers getikt. Voorzover
wij weten hebben de klanten echter nooit een rectificatie ontvangen. De
ambtenaar van de Socia-le Dienst/DWI die wij daarover spraken zei, dat
de dienst absoluut geen publiciteit wilde, vanwege het gevaar dat het
reintegratiebedrijf dan een claim zou indienen wegens besmeuring van haar
goede naam. Het hele gebeuren moest daarom in de doofpot worden gestopt.
op afstand
Uit bovenstaand voorbeeld blijkt wel, dat de Sociale Dienst/ DWI enigszins
‘op afstand’ sturend optreedt: men heeft alleen indirect invloed
op het doen en laten van het reintegratie-bedrijf en als er iets fout
gaat moet dit absoluut niet in de pu-bliciteit komen. Maar goed, meestal
worden dergelijke pro-cedurele fouten niet gemaakt en concludeert de Sociale
Dienst/DWI in samenwerking met het reintegratiebedrijf, dat een sociale
activeringstraject of vrijwilligerswerk tot de mo-gelijkheden behoort.
In Amsterdam noemt men dat de hier-voor al ter sprake gekomen MAP en SAP-plaatsen.
Tenslotte nog iets over participatiebanen en ‘Work First’
projecten. Hierbij gaat het om werken met behoud van uitkering. Je bent
verplicht arbeid te verrichten, in een hierarchische verhouding met opdrachtgevers,
op bepaalde tijden en plaatsen. Je blijft onder het uitkeringsregiem,
alle voorwaarden die voor het ontvangen van een uitkering gelden blijven
van kracht, maar je verricht wel arbeid in een project. Meestal verdedigen
beleidsmakers participatiebanen en andere vergelijkbare projecten met
onder andere het argument, dat er veel belangrijk en maatschappelijk nuttig
werk blijft liggen, ter-wijl er een grote werkloosheid is en dat daarom
de werklozen wel ingezet kunnen worden voor dat werk. In je omgang met
uitkeringsinstanties is echter het argument, dat je als uitkeringsgerechtigde
nuttig maatschappelijk werk zelf hebt gekozen en dat je dit wilt blijven
doen, absoluut geen argument om (voorlopig) met rust gelaten te worden.
Betaald werk en uitstroom uit de uitkering gaat voor alles. En dus ook
trajecten die dat kunnen bewerkstelligen. Er wordt dus niet gekeken of
het vrijwilligerswerk dat je doet, of de participatiebaan die je hebt
maatschappelijk nuttig is, maar of gezien jouw persoonlijke situatie het
gaat om het juiste aangepaste traject wat jouw kansen op de arbeidsmarkt
kan bevorderen. Er wordt dus gekeken naar de individuele klant, naar zijn
kan-sen, mogelijkheden en onmogelijkheden en niet naar het maatschappelijk
nut van het werk dat je doet. Je moet door-stromen. En dan kan een ander
het maatschappelijke nuttige werk wel weer overnemen.
|