De werkwijze van de arbeidsbemiddeling en de methoden die door uitvoeringsinstellingen worden toegepast


Na het hoofdstuk met tips over hoe de gesprekken in te gaan wijden we een hoofdstuk aan manegement-technieken die worden toegepast. Enige achtergrondkennis over deze tech-nieken kan je wellicht helpen bij je zoektocht door de doolhoven van de instanties. Trefwoorden bij de management-technieken die door de overheid en grote commerciele reinte-gratiebureau’s worden toegepast zijn 'ketenbenadering', 'case-management', ‘sluitende aanpak’ en de ‘reintegratieladder’. De sluitende aanpak houdt in, dat ie-dereen die een uitkering komt aanvragen in een traject te-rechtkomt en activiteiten ontplooit. Redenerend vanuit de sluitende aanpak is de procedure in Amsterdam bijvoorbeeld als volgt. Iemand gaat naar het CWI om zich als werkzoekende te laten inschrijven. Die inschrijving is verplicht als je in aanmerking wilt komen voor een WW-of WWB uitkering. Vervolgens hangen er op het CWI vacatures. Je krijgt een paar weken de tijd, om op grond van deze of andere vacatures een baan te vinden. Lukt dat niet, dan wordt gekeken of je wel genoeg je best hebt gedaan. Zo niet, dan krijg je geen uit-kering of volgt een sanctie na toekenning van de uitkering. Is er niets aan de hand, dan wordt de aanvraag van bijvoorbeeld de WWB uitkering verder in behandeling genomen. Je uitkering gaat dan lopen vanaf het moment, waarop je je bij het CWI hebt gemeld. Vervolgens krijg je een klantmanager bij de Dienst werk en Inkomen (DWI) en die gaat met je bekijken welk traject richting betaald werk voor jouw het meest geschikt is. Voor deze werkwijze bestaat een wettelijke basis, de gemeenten zijn min of meer verplicht het zo te doen. Volwassenen die instromen in de bijstandsuitkering krijgen binnen twaalf maanden een aanbod wat hun kansen op betaald werk vergroot. Dit is dus anders dan vroeger, toen mensen die een uitkering kregen vaak jarenlang niets hoorden. Er ligt nu een wettelijke verplichting om binnen twaalf maanden een aanbod te doen, variërende van scholing, taaltraining en ge-subsidieerde arbeid of werkervaringsplaatsen. De regeling heet '‘sluitende aanpak instroom moeilijk plaatsbare werkzoe-kenden’ .

casemanagement

Daarnaast is meer kennis nodig van wat mensen nodig hebben. Daarvoor is het ‘case-management’ ontwikkeld. Dat is dus die klantmanager, waar we het over hadden. Daarbij wordt als het ware per individu gekeken, wat heeft hij/zij nodig om aan het werk te komen en moeilijkheden op te los-sen en de desbetreffende persoon wordt intensief gevolgd in zijn/haar pogingen, de problemen aan te pakken. Dat laatste is dan de ketenbenadering; de klantmanager is de spin in het web van instanties, die eventueel iets voor de klant zouden kunnen betekenen of waarmee de klant te maken krijgt. Dat kan betrekking hebben op schuldhulpverlening, maatschappe-lijk werk, contacten met reintegratiebureau’s etc. De verschillende activiteiten van die instanties worden op elkaar afge-stemd. Overigens zit daar ook een ICT aspect aan. (Informatie en Communicatie Technologie) In de computer van het CWI worden gegevens van verschillende instanties ‘ingeklopt’ dwz ingevoerd. Daarbij gaat het om instanties, die uitkeringen verstrekken, zoals het UWV, de Sociale Verzeke-ringsbank en de Sociale Dienst of DWI. In het land lopen vier pilots oa in Gouda, (proeftuinen) om dit nog uit te breiden. Dan worden bijvoorbeeld ook gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer en de belastingdienst in de databank in-gevoerd. Wanneer iemand dan een uitkering komt aanvragen, hoeft er bij wijze van spreken alleen even gekeken te worden, of de gegevens in de computer kloppen en kan de aanvraag snel worden afgehandeld. Dit wordt gekoppeld aan vereen-voudiging van aanvraagprocedures. Nu al is het in sommige gevallen mogelijk, je WW-uitkering of je inschrijving als werkzoekende bij het CWI via internet aan te vragen. Je vult op internet je formulier in en stuurt de benodigde extra gege-vens per post op. Je krijgt dan een oproep op een bepaald tijd-stip te verschijnen en de aanvraag wordt afgehandeld. Soms is het niet eens nodig een bepaalde tijd af te spreken. De nieuwste ontwikkeling is de invoering van het Digitaal klantdossier. Dat is een gezamenlijk elektronisch dossier voor het CWI, UWV en de GSD. Het CWI, UWV en GSD mogen hun klanten nu niet meer twee keer om dezelfde gegevens vragen. Het Digitaal Klantdossier is een groei-model. Men begint met een eerste versie en bouwt deze stap voor stap verder uit. Bijvoorbeeld door het aantal klant-gegevens of de elektronische dienstverlening uit te breiden. Net zolang tot het één ketenbreed klantvolgsysteem is.
Het Digitaal Klantdossier is bedoeld voor werkzoekenden en mensen die recht hebben op een WW-of WWB-uitkering. Ook de medewerkers van CWI, UWV en de GSD hebben toegang tot het DKD. Klanten kunnen via een portal op internet hun eigen digitale dossier bekijken; loggen in met behulp van een eigen code (DigiD); hebben toegang tot hun eigen klantgegevens en kun-nen hun eigen klantproces volgen; kunnen aan de bel trekken als gegevens onjuist zijn; vragen hun WW-of WWB-uitkering via het DKD aan; hoeven niet alles zelf meer in te vullen omdat het DKD eenmaal bekende gegevens zelf aanvult.
Medewerkers van CWI, UWV en GSD hebben via Suwinet-Inkijk toegang tot het DKD; profiteren van de centrale en snelle beschikbaarheid van klantgegevens; kunnen een deel van de DKD-gegevens hergebruiken voor eigen applicaties.
Meer informatie over het programma staat op www.dkd.nl

trajecten en reintegratiebedrijven

Zoals gezegd wordt het soort traject afgestemd op de aanvrager. Bij sommigen kan worden geconcludeerd, dat men een grote kans heeft weer aan de slag te komen en dat een korte sollicitatietraining voldoende is. Bij anderen kunnen langduri-ger trajecten worden opgesteld, die betrekking kunnen heb-ben op (taal) scholing, praktijkopleidingen of motivatietrai-ningen. Voor specifieke groepen kan een specifiek beleid be-staan, zoals in Amsterdam voor de jongeren tot 27 jaar, die worden verwezen naar de zogenaamde jongerenloketten. Zij komen alleen in uitzonderlijke gevallen nog in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Het is: of een opleiding of een traject naar werk, of werk.
Als je wordt doorverwezen naar een reïntegratiebureau, hou er dan rekening mee, dat zo’n bureau maar beperkte moge-lijkheden heeft voor je begeleiding en dat ze eventuele andere mogelijkheden zullen afwimpelen, want dan zit jij niet meer bij hen in het traject en kunnen ze niet aan je verdienen. Men wil mensen begeleiden, om geld te verdienen en liever niet doorverwijzen. Om een voorbeeld te noemen:

Iemand wil graag als zelfstandig ondernemer aan de slag, en heeft daar concrete voorstellen voor, maar wordt door de arbeidsbemid-delaar van het reintegratiebedrijf niet doorgestuurd naar een bege-leidingsinstituut voor het midden– en kleinbedrijf om concreet aan het plan te werken, maar de betrokken werkloze moet eerst een serie vage gesprekken met de bemiddelaar voeren, waarbij uitein-delijk als voorstel uit de bus komt, dat de betrokken werkloze moet toetreden tot een doorstroompool, die door hetzelfde bemid-delingsinstituut is opgezet. Bij verschillende van die private bemid-delingsinstituten is onze indruk, is het helemaal niet de bedoeling om de eigen voorstellen van de betrokkene te bespreken, maar om iemand te sluizen in de projecten die men zelf heeft opgezet of om iemand zo snel mogelijk uit de uitkering te krijgen, met voorbijzien aan wat de betrokkene zelf wil/kan.

Uit een ander voorbeeld blijkt, dat het soms wat dit betreft ook goed kan lopen.

Een klant van de Sociale Dienst/DWI wordt doorverwezen naar een reïntegratiebureau. Het mid-delgroot reïntegratiebedrijf behoort tot een grotere groep van bedrijven en tot de groep behoren ook een uitzendbureau voor chauffeurs en een beveiligingsbedrijf. Het is overigens een woud van BV's. Zij zijn dus gespecialiseerd in chauffeurs uitzenden en beveiliging. De klant van het DWI gaf aan, dat hij graag chauffeurswerk zou willen doen. (Hij wist verder niets van het reïntegratiebedrijf, dus dit was puur toeval) De bemiddelaar sprong een gat in de lucht. ’Dan ben je bij ons aan het goede adres’. De werkloze kreeg een contract onder zijn neus geduwd, dat hij na advies van een juridisch adviseur tekende. Hij werd eerst voor twee maanden met behoud van uitkering tewerk gesteld, (dus de sociale dienst betaalt de uit-kering door), dat kan tegenwoordig. En dan moest hij chauffeurswerkzaamheden via het uitzendbureau gaan doen. Het bedrijf adverteert graag met 'flexwerk' voor chauffeurs. Wilt u als werkgever niet de rompslomp van de loonadmini-stratie? Wilt u alleen betalen voor de daadwerkelijk gewerkte uren? Hebt u losse klussen? Neem dan contact op met ons uitzendbureau. Dus dat is de eerste winst, twee maanden een gratis arbeidskracht terwijl de opdrachtgever van het uit-zendbureau wel betaalt, naar wij aannemen. Dan hebben ze tegen hem gezegd dat het reïntegratie bedrijf een contract heeft afgesloten met de sociale dienst 'no cure no pay'. Dus als iemand geen werkgever vindt, betaalt de sociale dienst de premie, de kosten van de 'bemiddeling' niet. De betrokkenen stromen niet echt uit. Maar nu dus wel, want deze werkloze heeft een baas gevonden in de vorm van het uitzendbureau van dezelfde groep als het reïntegratiebureau. De sociale dienst betaalt de premie voor uitstroom.. Dat is twee keer verdienen. Sommige mensen vallen in de loop van het traject af en de mensen die overblijven krijgen dan een contract voor een half jaar. Dan krijgen ze dus een premie en......allerlei subsidies en loonkostenkortingen voor langdurig werklozen die ze dan op de loonlijst hebben staan. Ondertussen betalen de opdrachtgevers die chauffeursdiensten laten verrichten gewoon door. Een deel zal goed produceren, dat is drie keer verdienen. Maar het zal de werkloze die graag chauffeur wil worden een zorg zijn. Hij heeft een tijdelijke baan als chauf-feur.
Dit werkgevers beleid om gebruik te maken van goedko-pe arbeidskrachten met behulp van subsidies en zonder de intentie de desbetreffende persoon ook vast of voor langere tijd in dienst te nemen kan met andere worden aangevuld.

Zo solliciteerde een vrouw van 26 jaar bij de Hema. Ze werd echter niet aangenomen. ‘ U bent te duur’ . Vervolgens verwees de klantmanager van de Dienst Werk en Inkomen de vrouw naar Pantar, in Amsterdam ene uitvoeringsinstelling/ reintegratiebedrijf van oa de Sociale Werk voorziening en Participatiebanen. Daar bood men haar een baan aan bij de Hema, werken met behoud van uitkering gedurende ene be-paalde tijd. Het bleek te gaan om dezelfde functie bij dezelfde Hema.

In het navolgende zal ik trachten wat men onder een ‘reïntegratieladder’ verstaat op basis van het ‘beleidskader werk, participatie en reïntegratie 2006’ van de Dienst Werk en Inkomen in Amsterdam. (DWI). (De voormalige Sociale Dienst). In de beleidsnota wordt de suggestie gewekt, dat de overheid cq de nieuwe dienst DWI er alles aan wil doen om mensen ontplooiingsmogelijkheden te bieden. Het is a-sociaal om mensen aan hun lot over te laten. Iedereen moet aan het werk. Je moet misschien om het leuk te gaan vinden door een wat pijnlijke periode heen, maar daarna vind je het leuk, heb je perspectieven vanuit het werk dat je doet op beter en men-sen die werk hebben functioneren beter en zijn gelukkiger, dus dat is je belang. Het College van Burgemeester en wet-houders formuleert vier centrale doelstellingen van de Amsterdamse aanpak:
1. Alle klanten van de DWI zijn op weg naar betaald werk
2 Klanten hebben potentieel en zijn aantrekkelijk voor de arbeidsmarkt
3 De inzet van instrumenten is erop gericht om voor de arbeidsmarkt duurzaam waarde toe te voegen aan de klant
4. De toekomstige vraag van de arbeidsmarkt is leidend.

Hoe wordt vervolgens gewerkt om dat doel te bereiken?. Klanten van het DWI, maar eigenlijk de gehele Amsterdamse bevolking, bestaat uit ‘doelgroepen’ die met een bepaald beleid en instrumentarium benaderd moeten worden. Er wordt daarbij uitgegaan van de veronderstelling, dat grote groepen niet participeren in de Amsterdamse samenleving. Deze mensen moeten uit hun isolement gehaald worden. Het instrumen-tarium moet vervolgens op deze doelgroepen worden losgelaten. Op basis van de hoofddoelstelling: niemand aan de kant. Wat is vervolgens de bedoeling van dit instrumentarium? Zo-als hierboven al bleek, mensen moet duurzame waarde voor de arbeidsmarkt worden bijgebracht, zodat ze duurzaam via betaalde arbeid en als het tijdelijk echt niet anders kan, via vrijwilligerswerk participeren in de Amsterdamse samenle-ving. Daartoe moet hen motivatie en kennis en vaardigheden worden bijgebracht. Dit bijbrengen van vaardigheden gebeurt volgens een stappenplan, de ‘treden van reïntegratie’. De onderste trede is ‘zorg’. Er zijn klanten voor wie werk, of zelfs toeleiding naar werk, niet of nog niet tot de mogelijkheden behoort. Ernstige ziekte of langdurige verslaving zijn voor-beelden. Maar deze klanten horen wel tot de ‘caseload’ van de nieuwe klantmanager, en die voert periodiek gesprekken. Over deze groep is het afgelopen jaar veel te doen geweest. In Amsterdam ervaren wij, dat sommige mensen van deze groep, waarbij de keuringsarts heeft gezegd ‘ met rust laten’ toch door de klantmanager onder druk worden gezet aan soci-ale activering mee te doen of (therapeutische) trajecten te vol-gen. Het gaat bij de verschillende treden van de reintegratie-ladder om een ‘ proces’ en niet om een statische situatie. Men wil alle mensen, maar dan ook allemaal in een ‘ontwikkelingsproces’ brengen. Daarom worden soms ook mensen onder druk gezet, waarvan je zegt: dit kan absoluut niet, dit is in strijd met allerlei menselijke waarden van respect, begrip en inlevingsvermogen. Onze mening is dan ook dat dit beleid veel menselijk leed en psychisch lijden veroorzaakt bij een groep mensen, die absoluut nooit meer aan het betaald werk kan. Overigens is sinds kort ook de DWI zich bewust van het aanvechtbare karakter van haar beleid ten aanzien van de groepen op de eerste treden van de reintegratie-ladder. Men heeft daarom de Universiteit van Amsterdam opdracht gegeven een onderzoek in te stellen en men heeft af-spraken gemaakt met de GG en GD, het meldpunt Vangnet en Advies aldaar, om in voorkomende gevallen nader om advies te vragen. Maar nogmaals, de Uitkerende instantie beschouwd de reintegratieladder als een dynamisch proces, waaraan iedereen, maar dan ook iedereen onderheving moet zijn. Zodra de situatie van de klant het toelaat om een eerste trede naar werk te nemen, stimuleert en ondersteunt de DWI dat. Men zegt: ‘trede 1 is niet per definitie zonder perspectief voor de klant’. Daarna volgt trede 2, maatschappelijke par-ticipatie. Daarbij worden drie stadia onderscheiden:

1 De klant wordt geactiveerd. Hij of zij komt uit het isolement van de eigen woonomgeving.
2 De klant verricht vrijwilligerswerk
3. De klant werkt in een participatiebaan. ‘Deze drie vormen maken onderdeel uit van een traject op weg naar werk’.

Dan volgt het derde stadium: stappen op weg naar werk, arbeidsactivering. De nadruk ligt op basisvaardigheden die onmisbaar zijn voor elke baan. ‘basisvaardigheden’ staat in de beleidsnota tussen aanhalings-tekens. Waarom? Men wil daarbij een persoonlijke aanpak. Sommige mensen moeten eerst leren op tijd te komen en opdrachten te aanvaarden, anderen kunnen dat al, en dan is een verdere oriëntatie op beroepsrichtingen aan de orde. Verderop in deze trede worden gerichte opleidingen en trainingen aan-geboden voor specifieke beroepen.

Dan komt het vierde en een na laatste stadium: stappen op weg naar werk, arbeidstoeleiding. Klanten worden in contact gebracht met beschikbare en geschikte vacatures op de arbeidsmarkt. Er wordt gewerkt aan sollicitatievaardigheden. Proefplaatsingen, extra begeleidingen of loonkostensubsidies behoren tot de mogelijkheden. De klantmanager zorgt ervoor dat de klant geen kans onbenut laat op het vinden van werk. Een sanctie, in de vorm van een financiële maatregel, staat op onvoldoen-de inspanningen. En dan is het zover! De klant krijgt regulier werk. De klant krijgt nazorg om te voorkomen dat klanten binnen korte tijd weer terugvallen op een uitkering. In de beleidsnota wordt vervolgens een reeks van concrete projecten opgesomd die bovenstaande stappen voor klanten mogelijk moeten maken. En wie niet mee wil werken? Daar-voor is het project Hoya. Dit project wordt in 2006 uitge-breid. Uit de beleidsnota: ‘De Hoya is een geslacht van slin-gerplanten, waarvan een aantal soorten in Nederland in kas-sen wordt gekweekt. Het is ook de naam van een laagdrempe-lig project in Amsterdam. (?) Het betreft een disciplinering-traject met behoud van uitkering. Binnen dit project wordt direct ingegrepen als de klant niet komt of onvoldoende mee-werkt. Men kan hier op weekbasis aan de slag, bijvoorbeeld in de glastuinbouw. Typerend voor de groep die hiervoor in aanmerking komt is dat ze altijd redenen wisten aan te voeren om onder de voor hen geldende verplichtingen uit te komen. Met het Hoya project zouden goede resultaten zijn bereikt.